ECLI:NL:RBZWB:2026:2086

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
22 maart 2026
Zaaknummer
C/02/443887 / JE RK 26-49
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Gessel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling van zes minderjarigen wegens veiligheids- en opvoedingszorgen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van zes minderjarigen, geboren tussen 2012 en 2023, die onder ouderlijk gezag staan van hun moeder en vader. De kinderrechter heeft op 19 februari 2026 de zitting gehouden, waarbij de moeder niet is verschenen en de vader schriftelijk instemde met het verzoek.

De GI bracht naar voren dat de moeder en minderjarigen begin februari 2026 opnieuw in een Safehouse zijn geplaatst vanwege dreiging van een man die niet de vader is. Deze man verbleef onrechtmatig in de woning, wat leidde tot het stopzetten van traumatherapie voor twee minderjarigen. De situatie is zorgelijk, mede door de beperkte draagkracht van de moeder die alleen zes kinderen opvoedt en het niet naleven van afspraken met hulpverlening.

De kinderrechter constateert dat passende hulpverlening is gestart, waaronder traumabehandeling en begeleiding, maar dat de veiligheid en continuïteit van de hulpverlening nog niet zijn gewaarborgd. De vader werkt mee en staat open voor begeleid contact met de kinderen. De ondertoezichtstelling wordt daarom verlengd voor de duur van een jaar en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt ook bij hoger beroep.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van zes minderjarigen wordt verlengd voor een jaar en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/443887 / JE RK 26-49
Datum uitspraak: 19 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Brabant, gevestigd te Tilburg,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2012 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2014 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] ,
[minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2015 in [geboorteplaats 1] ,
hierna te noemen [minderjarige 3] ,
[minderjarige 4], geboren op [geboortedag 4] 2016 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 4] ,
[minderjarige 5], geboren op [geboortedag 5] 2018 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 5] ,
[minderjarige 6], geboren op [geboortedag 6] 2023 in [geboorteplaats 2] ,
hierna te noemen [minderjarige 6] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[minderjarige 2],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat mr. mr. R.G.J. van Kerkhof uit Gilze.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 januari 2026;
  • het op 17 februari 2026 ontvangen bericht van mr. Van Kerkhof.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- twee vertegenwoordigers van de GI.
1.3.
De moeder is zonder bericht van verhindering niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. Namens de vader is aangegeven dat wordt ingestemd met het verzoek van de GI en dat zowel de vader als de raadsman niet ter zitting zullen verschijnen.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] en [minderjarige 5] hebben geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , [minderjarige 5] en [minderjarige 6] .
2.2.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 26 februari 2025 [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , [minderjarige 5] en [minderjarige 6] de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , [minderjarige 5] en [minderjarige 6] verlengd tot 27 februari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , [minderjarige 5] en [minderjarige 6] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
Namens de GI is naar voren gebracht dat er veel is gebeurd de afgelopen weken. Zo is de moeder met de minderjarigen op 2 februari 2026 opnieuw in een Safehouse geplaatst vanwege dreiging van een man, niet zijnde vader. Deze man verbleef bij de moeder en de minderjarigen in de woning en gaf aan dat hij een relatie met de moeder had. De moeder en de minderjarigen verblijven sinds 11 februari 2026 weer thuis. Er is een veiligheidsplan gemaakt en de politie houdt de woning in de gaten. De man heeft geen contact meer opgenomen met de moeder. Als gevolg van deze ontstane situatie is de traumatherapie van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] stopgezet vanwege de zorgen over de thuissituatie. Deze wordt spoedig weer hervat. Er wordt nog onderzocht hoe het heeft kunnen gebeuren dat deze man al geruime tijd in de woning bij de moeder verblijft, dit terwijl er toch veel ogen in het gezin aanwezig zijn. Daarnaast wordt onderzocht of er meer dingen gebeurd zijn waardoor de veiligheid van het gezin in gevaar is gekomen. De GI krijgt moeilijk contact met de vader. Er zal met alle minderjarigen afzonderlijk worden gesproken om te zien waar de behoeften liggen in het contact met hun vader. De ambulant werker staat klaar om met de vader en de minderjarigen in gesprek te gaan. Die situatie staat echter nu ook even stil vanwege de ontstane situatie in het gezin. Verder bestaan er zorgen over de draagkracht van de moeder die in haar eentje zes kinderen moet opvoeden. Er worden afspraken gemaakt met haar, maar de hulpverlening ziet dat de moeder vaak haar eigen plan trekt. Door het handelen van de moeder is de situatie nu weer terug bij af en dat betreurt de GI. De GI handhaaft het verzoek.
4.2.
Namens de vader is schriftelijk aangevoerd dat de betrokkenheid van de jeugdzorgwerker noodzakelijk is. De vader stemt in met het verzoek van de GI.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
In het afgelopen jaar is er passende hulp aangevraagd en gestart. Zo zijn [minderjarige 2] en [minderjarige 1] gestart met traumabehandeling en zal in de komende periode worden bezien of dit ook passend is voor de andere minderjarigen. Ook is er een begeleider van [hulpverlening] die [minderjarige 2] en [minderjarige 1] ondersteunt bij situaties met leeftijdsgenoten, op straat en in hun vrije tijd). [minderjarige 2] is in gevecht geraakt met andere jongens en is door een openstaand raam school binnengegaan nadat de school dicht was. Dit zijn zorgelijke signalen waardoor begeleiding nog altijd noodzakelijk is. Bij [minderjarige 1] lijkt sprake van parentificatie en zijn er daarnaast zorgen over de draagkracht van de moeder, die de zorg draagt voor zes kinderen. Bovenop genoemde zorgen zijn er ook zorgen over de veiligheid van de thuissituatie van de moeder. Zo is de moeder met de minderjarigen begin februari 2026 (opnieuw) in een Safehouse geplaatst vanwege zorgen over een man die kennelijk regelmatig in haar woning verbleef. Dit was niet bekend bij de hulpverlening en in strijd met de afspraken. De moeder laat zien dat zij de afspraken met de hulpverlening niet goed nakomt. Hierdoor heeft de hulpverlening voor de minderjarigen en het contactherstel met de vader achterstand opgelopen. De inzet van een jeugdzorgwerker blijft nog onverminderd noodzakelijk om te zorgen dat de hulpverlening wordt gecontinueerd en de veiligheid van de minderjarigen gewaarborgd is.
De vader heeft zich, sinds de start van de ondertoezichtstelling, meewerkend opgesteld. Hij staat open voor begeleide omgang. Hiervoor heeft de GI de instantie Omnia ingeschakeld om alle behoeften van de verschillende minderjarigen in kaart te brengen ten aanzien van het contact met hun vader. De kinderrechter gaat er vanuit dat dit traject met voorrang zal worden opgepakt.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , [minderjarige 5] en [minderjarige 6] voor de duur van een jaar.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , [minderjarige 5] en [minderjarige 6] met ingang van 27 februari 2026 tot 27 februari 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026 door mr Van Gessel, kinderrechter, in aanwezigheid van Rozendaal als griffier, en op schrift gesteld op 13 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.