ECLI:NL:RBZWB:2026:2091

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
22 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444484 / JE RK 26-161
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 1:260 BWArt. 1:247 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging

De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 19 februari 2026 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2013 en 2016, voor de duur van een jaar. De ondertoezichtstelling was eerder ingesteld op 5 maart 2025 en zou aflopen op 5 maart 2026.

De gecertificeerde instelling (GI) heeft het verzoek tot verlenging ingediend vanwege blijvende ernstige bedreigingen in de ontwikkeling van beide kinderen. De oudste woont bij de vader en kampt met sociaal-emotionele problemen en moeilijkheden op school, terwijl de jongste een ernstige verstandelijke beperking en complexe zorgvraag heeft, met stagnatie in haar ontwikkeling door het ontbreken van passende dagbesteding.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag, maar kunnen de problemen niet zelfstandig oplossen. De GI benadrukt het belang van voortdurende regie en ondersteuning om impulsieve beslissingen te voorkomen en de belangen van de kinderen te waarborgen. De moeder stemt in met het verzoek, de vader heeft schriftelijk zijn instemming gegeven.

De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria voor verlenging is voldaan en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken, met mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen wordt verlengd voor de duur van een jaar en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444484 / JE RK 26-161
Datum uitspraak: 19 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam Zuidoost,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] .
en
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] ,
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 19 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder,
- een vertegenwoordigster van de GI.
1.3.
Hoewel de vader correct is opgeroepen is hij (met schriftelijke afmelding via de GI) niet verschenen.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. Zij hebben van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2.De feiten

2.1.
De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.2.
[minderjarige 1] woont bij de vader. [minderjarige 2] woont bij de moeder.
2.3.
Bij beschikking van 5 maart 2025 heeft de kinderrechter [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van een jaar, te weten met ingang van 5 maart 2025 en tot 5 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft tijdens de zitting het verzoek. Volgens de GI is er in het afgelopen jaar veel veranderd binnen het gezin door de scheiding van de ouders en het ontstaan van twee nieuwe opvoedsituaties. Deze veranderingen hebben gezorgd voor meer rust en een betere samenwerking tussen de ouders maar maken ook dat er opnieuw gekeken moet worden naar wat de kinderen nu nodig hebben. Bij [minderjarige 2] blijven er zorgen bestaan. Zij heeft een zware zorgvraag en zit op dit moment volledig thuis. Zij staat op de wachtlijst voor dagbesteding bij [dagbesteding] wat als de best passende plek wordt gezien. De GI geeft aan dat zolang deze dagbesteding nog niet is gestart het belangrijk blijft om te monitoren of de huidige ondersteuning voldoende is en om hier regie op te houden. Ook over [minderjarige 1] zijn er zorgen. Hij heeft het moeilijk op school, zit niet lekker in zijn vel en is na schooltijd vaak alleen thuis doordat de vader veel werkt. [minderjarige 1] heeft een intensief jaar achter de rug en lijkt moeite te hebben om te laten zien wat hij denkt en voelt. De GI vindt het belangrijk om te onderzoeken welke extra ondersteuning hij nodig heeft mogelijk in de vorm van individuele hulpverlening. De GI ziet dat de ouders zich inzetten en goed samenwerken en vindt dit een positieve ontwikkeling. Tegelijkertijd vindt de GI het nodig dat er iemand blijft meekijken en richting aan hen geeft. Dit om impulsieve keuzes van de ouders te voorkomen en ervoor te zorgen dat de belangen van beide kinderen voorop blijven staan.
4.2.
De moeder geeft tijdens de zitting aan dat zij akkoord is met het verzoek van de GI. De moeder merkt op dat zij hoopt dat de ondertoezichtstelling zal bijdragen aan duidelijke afspraken, concrete stappen en echte ondersteuning, met name voor [minderjarige 2] . De moeder had gehoopt dat de ondertoezichtstelling meer had kunnen betekenen in het organiseren en versnellen van zorg voor [minderjarige 2] . Dit is helaas niet gelukt in de afgelopen periode. De moeder geeft verder aan dat zij zich het afgelopen jaar volledig heeft ingezet voor haar kinderen en dat er sinds de scheiding duidelijk meer rust is gekomen in haar leven en dat van [minderjarige 2] . De moeder heeft goed en regelmatig contact met de vader omdat zij dit belangrijk vindt voor de kinderen. Volgens de moeder biedt zij een stabiele en veilige thuissituatie voor [minderjarige 2] met veel ondersteuning en een hecht netwerk van familie. [minderjarige 2] staat sinds november op de wachtlijst voor dagbesteding bij [dagbesteding] . De moeder benadrukt dat zij alles heeft gedaan wat zij kan doen om passende zorg te regelen maar dat zij niets kan doen aan de lange wachttijden. Ten aanzien van [minderjarige 1] maakt de moeder zich zorgen over zijn schoolontwikkeling en het feit dat hij na schooltijd vaak alleen is bij de vader. Zij wil graag meedenken over oplossingen die goed zijn voor [minderjarige 1] maar wil daarbij conflicten met de vader voorkomen.
4.3.
De vader heeft in een maillaten weten dat hij niet kan komen maar het wel eens is met het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling.

5.De beoordeling

Wettelijk kader
5.1.
Op grond van artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW Pro is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
5.2.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW Pro kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat zijn te dragen.
De beoordeling
5.3.
Op basis van de inhoud van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, is de kinderrechter van oordeel dat het verzoek van de GI dient te worden toegewezen nu voldaan wordt aan de wettelijke criteria zoals hierboven vermeld. Dit betekent dat het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling zal worden toegewezen voor de duur van een jaar. De kinderrechter zal deze beslissing hierna toelichten.
5.4.
De kinderrechter stelt vast dat er bij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nog steeds sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging. De kinderrechter constateert dat er bij [minderjarige 1] zorgen bestaan over zijn sociaal-emotionele ontwikkeling en zijn functioneren op school. [minderjarige 1] is een kwetsbare jongen en heeft het afgelopen jaar veel veranderingen moeten meemaken. [minderjarige 1] woont nu bij de vader die door werk veel afwezig is. Hierdoor is [minderjarige 1] na schooltijd vaak alleen. Verder stelt de kinderrechter vast dat er bij [minderjarige 2] sprake is van een ernstige verstandelijke beperking en een complexe zorgvraag. Zij verblijft volledig thuis sinds het wegvallen van haar dagbesteding waardoor een passende dagstructuur en ontwikkelingsstimulering ontbreken. Haar ontwikkeling stagneert en zij laat toenemend probleemgedrag zien waaronder overprikkeling en zelfbeschadigend gedrag. Zolang zij niet is gestart met passende dagbesteding en structurele ondersteuning blijft haar ontwikkeling ernstig bedreigd.
5.5.
De kinderrechter is van oordeel dat de ouders deze zorgen op dit moment niet zelfstandig kunnen wegnemen. Hoewel zij betrokken zijn en het beste voor hun kinderen willen, zijn zij langdurig overbelast geweest en bevinden zij zich sinds kort in twee nieuwe opvoedsituaties. De stabiliteit en draagkracht binnen deze situaties zijn nog onvoldoende geborgd.
5.6.
Voor de komende periode acht de kinderrechter het noodzakelijk dat onder verdere regie van de GI wordt toegewerkt naar concrete stappen. Voor [minderjarige 2] betekent dit het realiseren van passende dagbesteding en het borgen van voldoende ondersteuning in de thuissituatie. Voor [minderjarige 1] dient onderzocht te worden welke begeleiding nodig is, zowel individueel als in de opvoedsituatie bij de vader zodat zijn welzijn en schoolontwikkeling worden ondersteund. Daarnaast is het van belang dat de ouders met ondersteuning van de GI goed blijven samenwerken binnen het ouderschapsplan en dat de rust, structuur en voorspelbaarheid worden gewaarborgd. De kinderrechter benadrukt dat het nog nodig is dat de GI regie blijft voeren om impulsieve beslissingen van de ouders te voorkomen en het belang van de kinderen centraal te houden.
5.7.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5.8.
Dit leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van een jaar, te weten met ingang van 5 maart 2026 en tot 5 maart 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 19 februari 2026 door mr. De Beer, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dijke als griffier, en op schrift gesteld op 5 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.