Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 16 januari 2026;
- het stelbericht van mr. Koop - van Vliet van 4 februari 2026;
- het stelbericht van mr. Bronsveld van 5 februari 2026;
- het bericht van mr. Bronsveld van 13 februari 2026, inhoudende dat de vader akkoord is met het verzoek en hij en de advocaat niet ter zitting zullen verschijnen;
- het bericht van mr. Koop - van Vliet van 18 februari 2026 met bescheiden.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het standpunt van de GI
5.De standpunten van belanghebbenden
Verder is door en namens de moeder, samengevat, het volgende naar voren gebracht. De stukken die zijn ingediend op 18 februari 2026 dienen ter illustratie van de communicatie tussen de vader en de moeder. De stukken zien op de zaak betreffende het gezag. Deze zaak is aangehouden in afwachting van de beslissing over de ondertoezichtstelling. Ook is het verslag van [hulpverlening] meegestuurd. In de beschikking van deze rechtbank van 25 februari 2025 staat dat de hulpverlening in het kader van het Uniform Hulpaanbod te licht zal zijn en dus niet afdoende is, gezien de problematiek die speelt. Er zijn patronen die doorbroken moeten worden. De GI had meer daadkracht moeten hebben en had steviger de regie moeten voeren. De GI geeft aan dat de vader gesprekken met [hulpverlening] heeft afgezegd en dat er geen huisbezoeken zijn geweest. Er is pas na maanden geconstateerd dat de inzet van [hulpverlening] niet afdoende is. Het traject loopt nog, terwijl al in november is opgemerkt dat het niet werkt.
6.De beoordeling
7.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.