ECLI:NL:RBZWB:2026:2099

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444690 / FA RK 26-594
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in verzoek tot zorgmachtiging na intrekking door officier van justitie

De officier van justitie diende een verzoek in tot het verlenen van een zorgmachtiging voor een minderjarige geboren in 2011. Dit verzoek werd op 4 februari 2026 ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg.

Op 16 februari 2026 trok de officier van justitie het verzoek in, nog voordat de mondelinge behandeling had plaatsgevonden. Hierdoor kon de rechtbank het verzoek niet inhoudelijk behandelen.

De rechtbank oordeelde dat vanwege deze intrekking de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard in het verzoek. De beschikking werd op 20 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door rechter De Beer, met griffier Willemsen aanwezig. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het verzoek tot zorgmachtiging vanwege intrekking van het verzoek.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444690 / FA RK 26-594
Datum uitspraak: 20 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. P.R. Klaver uit Bergen op Zoom.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 4 februari 2026;
- de intrekking van het verzoek door de officier van justitie van 16 februari 2026.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
2.2.
Dit verzoek is op 16 februari 2026 door de officier van justitie ingetrokken.

3.De beoordeling

3.1.
Gelet op de intrekking van het verzoek alvorens de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, zal de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren in het verzoek, omdat dit verzoek niet verder kan worden onderzocht.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in het verzoek.
Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 6 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.