ECLI:NL:RBZWB:2026:2103

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
C/02/445090 / FA RK 26-821
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met psychische stoornis ter stabilisatie en veiligheid

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 20 februari 2026 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1993, voor de duur van twaalf maanden. Deze machtiging volgt op een eerdere machtiging verleend tot 27 maart 2026. De officier van justitie verzocht om verlenging van de zorgmachtiging, terwijl betrokkene en haar advocaat stelden dat het beter met haar gaat en zij zelfstandig behandeling kan voortzetten.

Tijdens de zitting werd bevestigd dat betrokkene lijdt aan een ernstige psychische stoornis, waaronder recidiverende psychoses en schizo-affectieve stoornis, die leidt tot ernstig nadeel zoals psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De verpleegkundige gaf aan dat betrokkene medicatie moet blijven gebruiken en dat een zorgmachtiging noodzakelijk is om gecontroleerde afbouw en contact met het FACT-team te waarborgen.

De rechtbank oordeelde dat ondanks verbetering het risico op psychotische decompensatie en verzet tegen zorg groot blijft. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk, waaronder medicatietoediening, medische controles en beperkingen in de vrijheid. De machtiging geldt tot 20 februari 2027 en is mondeling en schriftelijk vastgesteld. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden om verplichte zorg en medicatie te waarborgen ter bescherming van betrokkene en haar omgeving.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/445090 / FA RK 26-821
Datum uitspraak: 20 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. M. Kalle uit Middelburg.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Kalle;
  • mevrouw [persoon] , verpleegkundige.

2.Wat vaststaat

2.1.
Door de rechtbank is op 27 maart 2025 een zorgmachtiging verleend tot en met 27 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat het beter met haar gaat. Betrokkene haalt veel steun uit het geloof en haar muziek wat haar helpt om zich kwetsbaar te kunnen opstellen. Ook is betrokkene erg blij met haar nieuwe huisje waar zij tot rust komt. Betrokkene hoopt dat haar medicatie kan worden afgebouwd net zoals het contact met het FACT-team.
4.2.
De verpleegkundige benoemt tijdens de zitting dat het beter met betrokkene gaat en zij met betrokkene willen gaan kijken of de medicatie verlaagd kan worden. Het is wel belangrijk dat betrokkene medicatie blijft innemen en hierover heeft de verpleegkundige een verschil van mening met betrokkene. Ook is het voor betrokkene soms lastig om afspraken na te komen en probeert betrokkene afspraken af te houden. Voor de afbouw van de medicatie is een zorgmachtiging noodzakelijk zodat betrokkene gecontroleerd kan worden en in contact blijft met het FACT-team.
4.3.
De advocaat verzoekt namens betrokkene afwijzing van het verzoek. Het gaat beter met betrokkene en betrokkene vindt dat zij zo ver is dat behandeling zelfstandig in samenspraak met [accommodatie] kan.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is sprake van recidiverende psychoses, DD schizofrenie, schizo-affectieve stoornis, bij een jonge vrouw, die eerder ook depressieve fases kende en sociaal-angstklachten had.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
5.4.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene, wanneer zij psychotisch decompenseert, zwerfgedrag gaat vertonen. Zij rijdt ’s nachts op haar fiets op straat, tegen de richting in, en heeft de overtuiging dat zij voor de CIA of FBI werkt en burgers moet beschermen. Ook kan betrokkene fysiek agressief reageren naar materie als zij psychisch decompenseert en was er sprake van uitputting en verwaarlozing.
5.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.6.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Hoewel het momenteel met betrokkene beter gaat, acht de rechtbank de zorgmachtiging op dit moment als steun in de rug noodzakelijk. Op het moment dat betrokkene psychotisch decompenseert verzet zij zich actief tegen de benodigde zorg. De rechtbank is van oordeel dat er op dit moment nog een te groot risico bestaat dat een dergelijke ernstige situatie zich opnieuw zal voordoen aangezien er gestart zal worden met vermindering van de medicatie wanneer betrokkene geen behandeling in een gedwongen kader krijgt. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.7.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met
20 februari 2027.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 6 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.