Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 februari 2026;
- de intrekking van het verzoek door de officier van justitie van 20 februari 2026.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De officier van justitie heeft bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek ingediend tot machtiging van voortzetting van een crisismaatregel voor een betrokkene geboren in 1979. Dit verzoek werd op 19 februari 2026 ingediend en betrof een periode van drie weken.
Op 20 februari 2026 trok de officier van justitie het verzoek in voordat de mondelinge behandeling had plaatsgevonden. De rechtbank heeft daarop het verzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek niet langer onderzocht kon worden.
De beschikking is op 20 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door rechter De Beer, met griffier mr. Willemsen aanwezig. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk vanwege intrekking van het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel.