ECLI:NL:RBZWB:2026:2121

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 maart 2026
Publicatiedatum
23 maart 2026
Zaaknummer
11981528 \ CV EXPL 25-3887 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van Spronssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huurder veroordeeld tot betaling proceskosten na huurachterstand

De huurder van een woning bij Stichting Alwel had een huurachterstand van twee maanden. Verhuurder heeft de huurder meerdere malen herinnerd en aangemaand om de huur te betalen. Toen de huur niet werd voldaan, heeft Stichting Alwel de huurder gedagvaard.

Tijdens de procedure erkende de huurder de huurachterstand en betaalde deze. De enige resterende vraag was of de huurder ook de proceskosten moest betalen. De huurder voerde aan dat hij niet de mogelijkheid had gekregen om de hoofdsom buitengerechtelijk te voldoen.

De kantonrechter oordeelde dat de huurder als partij verantwoordelijk is voor tijdige betaling van de huur en dat de verhuurder voldoende gelegenheid had geboden om de achterstand te voldoen. Daarom werd de huurder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €789,14, inclusief nakosten, met een termijn van veertien dagen voor betaling.

Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €789,14 na betaling huurachterstand.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Zaaknummer: 11981528 \ CV EXPL 25-3887
Vonnis van 11 maart 2026
in de zaak van
STICHTING ALWEL,
te Roosendaal,
eisende partij,
hierna te noemen: Stichting Alwel,
gemachtigde: LAVG B.V.,
tegen
[gedaagde],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek tevens akte houdende vermindering van eis
- de conclusie van dupliek
- de akte houdende vermindering van eis.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] huurt van Stichting Alwel een woning.

3.Het geschil

3.1.
Stichting Alwel heeft in haar dagvaarding gevorderd [gedaagde] te veroordelen tot betaling van huurachterstand (de hoofdsom) en daarnaast [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten. Na vermindering van eis vordert Stichting Alwel slechts nog de veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.2.
[gedaagde] erkent de vordering met betrekking tot de hoofdsom en heeft deze inmiddels voldaan. [gedaagde] voert verweer tegen een veroordeling in de proceskosten, omdat Stichting Alwel [gedaagde] niet de mogelijkheid heeft geboden om de hoofdsom buitengerechtelijk te betalen.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Aangezien [gedaagde] de hoofdsom tijdens deze procedure heeft betaald, gaat het alleen nog om de vraag of [gedaagde] in de proceskosten moet worden veroordeeld. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] deze kosten (inclusief nakosten) moet betalen. Uit de stukken blijkt dat [gedaagde] meerdere malen is herinnerd en aangemaand om de huurachterstand te betalen. [gedaagde] heeft zelf aangevoerd dat hij onbedoeld een huurachterstand van twee maanden heeft laten ontstaan. Als huurder dient [gedaagde] ervoor te zorgen dat de huur op tijd wordt betaald. Dat deed [gedaagde] geruime tijd niet, waardoor hij kennelijk het overzicht van nog te betalen huur uit het oog is verloren. Dit komt voor risico en rekening van [gedaagde]. Stichting Alwel heeft [gedaagde] voldoende gelegenheid geboden om de huurachterstand (tijdig) te betalen om een procedure te voorkomen. Zij heeft [gedaagde] dan ook niet onnodig gedagvaard.
4.2.
De proceskosten aan de zijde van Stichting Alwel worden tot vandaag vastgesteld op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
231,00
(1 punt × € 144,00 en 1 punt × € 87,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
789,14

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 789,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.2.
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van Spronssen en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.