ECLI:NL:RBZWB:2026:2124
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen schorsing rijbewijs na ademanalyse
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van het CBR van 18 december 2025, waarin een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid werd opgelegd en zijn rijbewijs werd geschorst. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om dit besluit te schorsen.
Tijdens de mondelinge behandeling op 11 maart 2026 in Middelburg werd vastgesteld dat het CBR het besluit baseerde op een ademanalysetest met een uitslag van meer dan 785 µg/l. Verzoeker betwistte de juistheid van deze test en verwees naar een later bloedonderzoek met een iets lager promillage.
De voorzieningenrechter oordeelde dat in bestuursrechtelijke procedures het CBR volstaat met een aannemelijk vermoeden van ongeschiktheid. De rechter achtte de ademanalyse betrouwbaar, mede omdat het apparaat bij de tweede test een geldige uitslag gaf en het tijdsverloop het lagere promillage in het bloedonderzoek verklaart. Verzoeker bracht geen bijzondere omstandigheden aan.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het CBR-besluit tot onderzoek rijgeschiktheid en schorsing van het rijbewijs wordt afgewezen.