Uitspraak
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
Aan deelgenoot 2:
Beoordeling
- belanghebbende tijdens het in 3.4 bedoelde verhoor heeft verklaard nooit een schenking te hebben ontvangen,
- de vader van belanghebbende per 1 januari 2018 een vermogen heeft aangegeven van circa € 25.000, zodat hij dat jaar geen schenking van € 254.455 kan hebben gedaan;
- de in 3.8 bedoelde verklaring niet is gedagtekend en niet tijdens de in 3.10 bedoelde strafzaak is ingebracht.
- de door hem ingediende aangifte schenkbelasting (zie 3.9);
- de door hem afgelegde getuigenverklaring bij de politie (zie 3.3);
- de in 3.8 bedoelde verklaring van [naam 2] , welke mevrouw [naam 2] bij de raadsheer-commissaris heeft bevestigd (zie 3.13);
- de heropening van het onderzoek door Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor nader onderzoek naar het vermogen van de vader van belanghebbende en diens ouders (zie 3.12);
- de omstandigheid dat uit onderzoek van de recherche is gebleken dat de oma van belanghebbende, na een overlijden op 1 mei 1996, een erfenis heeft ontvangen (zie 3.14) en dat het geërfde bedrag sindsdien zal zijn aangegroeid.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- wijst het verzoek om toekenning van een dwangsom af;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de aanslag IB/PVV 2018 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 7.553;
- vernietigt de aanslag Zvw 2018, de navorderingsaanslag IB/PVV 2018 en de beschikking belastingrente;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van in totaal € 104 aan belanghebbende moet vergoeden;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 3.200 aan proceskosten aan belanghebbende.