Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.[gedaagde 1] V.O.F.,
2.
[gedaagde 2],
3.
[gedaagde 3],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 12 maart 2026
- de spreekaantekeningen van [eiser]
- de pleitnotities van [gedaagden] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen sloten een vaststellingsovereenkomst waarbij eiser een bedrag in twee termijnen aan gedaagden zou betalen, gekoppeld aan de afronding van werkzaamheden aan een lift. De eerste termijn is voldaan, maar over de tweede termijn ontstond discussie vanwege de afmetingen van de geplaatste lift.
Eiser stelt dat de lift niet voldoet aan de binnenwerkse afmetingen zoals overeengekomen, waardoor de tweede termijn niet opeisbaar is. Gedaagden betwist dit en stelt dat de lift exact voldoet aan de buitenwerkse afmetingen zoals afgesproken.
De rechtbank oordeelt dat de afspraken moeten worden uitgelegd als binnenwerkse afmetingen, waarbij gedaagden tekort is geschoten. Hierdoor is de tweede termijn niet opeisbaar en is executie van het proces-verbaal misbruik van bevoegdheid. De executie wordt geschorst en verdere executiemaatregelen verboden totdat in een bodemprocedure definitief is beslist.
Uitkomst: De rechtbank schorst de executie van het proces-verbaal en verbiedt verdere executiemaatregelen totdat in een bodemprocedure definitief is beslist over de opeisbaarheid van de tweede termijn.