Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2149

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
25/1674
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 2.1 WhtArtikel 2.2 WhtArtikel 2.3 WhtAlgemene wet inkomensafhankelijke regelingenWet kinderopvang
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling compensatie kinderopvangtoeslag op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Dienst Toeslagen waarin de compensatie voor de periode 2008-2009 is vastgesteld op €55.750 op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiser betwist onder meer dat alle relevante stukken zijn overgelegd, dat de berekening van de compensatie correct is en dat de toeslag per 1 september 2008 is stopgezet.

De rechtbank overweegt dat ondanks het ontbreken van enkele besluiten, de overige stukken, waaronder een eerdere uitspraak van 2012, voldoende inzicht geven in de inhoud van deze besluiten. De Sas- en Lic-overzichten zijn volgens de rechtbank betrouwbare bewijsstukken en de bezwaaradviescommissie mocht deze betrekken bij haar advies. De vermeende onjuistheden in de overzichten en de stopzetting van de toeslag per 1 september 2008 worden door de rechtbank verworpen.

De rechtbank concludeert dat de Dienst Toeslagen bij de compensatieberekening is uitgegaan van het juiste voorschotbedrag voorafgaand aan de neerwaartse correctie in september 2008. De stelling van eiser dat een hoger bedrag had moeten worden gehanteerd, wordt niet gevolgd. Ook de opmerkingen over de gastouderbureaus zijn niet relevant voor de compensatiehoogte.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, krijgt eiser geen proceskostenvergoeding en wordt het griffierecht niet vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter J. van Alphen op 30 maart 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vastgestelde compensatie wordt ongegrond verklaard en de compensatie van €55.750 blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/1674

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel),
en

Dienst Toeslagen.

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de vaststelling van het recht op compensatie op grond van de wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Eiser is het niet eens met de hoogte van de vastgestelde compensatie. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de Dienst Toeslagen de compensatie juist heeft vastgesteld.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een toeslag ontvangen over de periode 1 april 2008 tot en met 10 mei 2009. Eiser heeft een verzoek gedaan om herbeoordeling van zijn toeslagen
.
2.1
Met het besluit van 3 juni 2021 is eiser aangemerkt als gedupeerde en is aan hem een bedrag van € 30.000 toegekend (de Catshuisregeling).
2.2
Met de brief van 13 februari 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan eiser meegedeeld dat op grond van de integrale beoordeling aan hem een compensatiebedrag van € 52.757 zal worden toegekend. Eiser heeft de gelegenheid gekregen op deze brief te reageren.
2.3
Met het besluit van 30 maart 2023 is aan eiser meegedeeld dat de compensatie is vastgesteld op € 52.852. Over het jaar 2008 heeft eiser compensatie gekregen omdat er sprake is geweest van vooringenomenheid. Over het jaar 2009 is compensatie toegekend vanwege hardheid van het stelsel. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
2.4
Met het bestreden besluit is het bezwaar gegrond verklaard en is de compensatie vastgesteld op € 55.750.
2.5
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.6
De rechtbank heeft het beroep op 12 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft mr. [gemachtigde] deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Standpunt eiser
3. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat nog niet alle stukken zijn verstrekt. Verder heeft eiser opgemerkt dat niet is beslist op zijn stelling dat er meer is teruggevorderd dan er aan compensatie is betaald.
3.1
Aanvullend heeft eiser gesteld dat het Sas-overzicht en het Lic-overzicht geen acceptabele bewijsstukken zijn. De beschikkingen over 2008 zijn niet in het dossier aanwezig en de stukken over 2009 zijn onbegrijpelijk en voor eiser niet te controleren. Daarbij heeft eiser erop gewezen dat er bij de boekingen op 4 en 12 mei 2009 € 0,00 vermeld staat terwijl er geen nihilbeschikkingen zijn afgegeven. Omdat de bezwaaradviescommissie (BAC) van die Sas- en Lic-overzichten is uitgegaan heeft dit advies geen toegevoegde waarde volgens eiser.
3.2
Verder heeft eiser nog opgemerkt dat het onjuist is dat eiser met de beschikking van 12 juli 2008 de toeslag zou hebben stopgezet. Daarbij heeft hij erop gewezen dat bestuursorganen beschikkingen afgeven en niet eiser. Tot slot heeft eiser nog gesteld dat uit productie 4.4 niet blijkt dat eiser de kinderopvangtoeslag heeft stopgezet per 1 september 2008.
3.3
Naast deze beroepsgronden heeft eiser nog opgemerkt dat de opvang van de kinderen eerst hebben plaatsgevonden bij [gastouderbureau 1] en daarna bij [gastouderbureau 2] . Volgens eiser is het mogelijk dat de Dienst Toeslagen dit verkeerd heeft geïnterpreteerd.
Standpunt Dienst Toeslagen
4. De Dienst Toeslagen heeft zich op het standpunt gesteld dat alle op de zaak betrekking hebbende stukken zijn overgelegd. Als eiser van mening is dat er stukken ontbreken, ligt het op zijn weg om dit aannemelijk te maken.
4.1
Verder heeft de Dienst Toeslagen gesteld dat in het advies van de BAC voor de jaren 2008 en 2009 gemotiveerd is hoe de bij de compensatieberekening gehanteerde bedragen tot stand zijn gekomen. Volledigheidshalve heeft de Dienst Toeslagen nogmaals een toelichting op de bedragen gegeven.
4.2
Ter onderbouwing van zijn standpunt dat eiser per 1 september 2008 voor een van zijn kinderen de toeslag heeft stopgezet, heeft de Dienst Toeslagen een print van een SML-bestand overgelegd.
4.3
De Dienst Toeslagen heeft gesteld dat de beschikkingen van 12 juli 2008 en 11 september 2008 niet in de systemen zijn teruggevonden. Deze beschikkingen worden echter wel genoemd in de processtukken van een eerdere beroepsprocedure en in de uitspraak van 7 augustus 2012 worden deze beschikkingen ook genoemd. Hiermee is aannemelijk gemaakt dat de informatie die in het Sas-overzicht is opgenomen, correct is.
Overwegingen rechtbank
Zijn alle relevante stukken overgelegd?
5. Hoewel de besluiten van 12 juli 2008 en 11 september 2008 niet zijn overgelegd, blijkt uit de overige gedingstukken wel wat de inhoud van deze besluiten is geweest. Met name uit de door de Dienst Toeslagen overgelegde uitspraak van de rechtbank van 7 augustus 2012 blijkt dat deze besluiten zijn afgegeven en wat de inhoud daarvan is geweest.
5.1
De rechtbank is van oordeel dat met de overgelegde stukken is na te gaan of er sprake is geweest van vooringenomenheid of hardheid van het stelsel. Dat eiseres met de overgelegde stukken mogelijk niet kan controleren of de destijds vastgestelde toeslagen juist zijn vastgesteld, is niet relevant voor de onderhavige beoordeling. Het doel van de Wht is immers niet om alle eerder overgelegde besluiten (opnieuw) op rechtmatigheid te controleren, maar om te beoordelen of er sprake is van vooringenomen handelen of van hardheid van het stelsel. Zoals eerder is opgemerkt, is dat met de overgelegde stukken mogelijk. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de Dienst Toeslagen alle relevante stukken heeft overgelegd.
Kan uitgegaan worden van de overgelegde Sas- en Lic-overzichten?
6. Anders dan eiser stelt volgt uit het Lic-overzicht niet dat er nihilbeschikkingen afgegeven hadden moeten worden. Deze stelling van eiser berust op een verkeerde lezing van dit overzicht. In dit overzicht zijn bedragen van € 0,00 opgenomen, maar daarbij is expliciet vermeld dat het niet gaat om nihilbeschikkingen. Als dit overzicht gelezen wordt in samenhang met de besluiten van 4 en 12 mei 2009 blijkt daaruit dat er geen wijziging heeft plaatsgevonden van de hoogte van het voorschot op 4 en 12 mei 2009 en dat er dus geen nabetaling/terugbetaling heeft plaatsgevonden. Daarom word als saldo het bedrag nul opgenomen. De gegevens die vermeld zijn in de Sas- en Lic-overzichten komen dus overeen met de overige overgelegde stukken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de BAC bij zijn beoordeling de Sas- en Lic-overzichten heeft kunnen en mogen betrekken.
Stopzetting toeslag in 2008
7. Uit het door de Dienst Toeslagen overgelegde SML-bestand blijkt dat per 1 september 2008 een wijziging is doorgegeven. Uit de tweede bladzijde van dit bestand blijkt dat die wijziging de stopzetting van de toeslag voor een van de kinderen betreft. Ook in gedingstuk 4.4 op bladzijde 4 wordt vermeld dat de stopzetting ziet op de ingangsdatum 1 september 2008. Met betrekking tot de opmerking van eiser dat hij zelf geen beschikkingen afgeeft, merkt de rechtbank op dat deze stelling berust op een verkeerde lezing van het verweerschrift. De Dienst Toeslagen stelt in zijn verweer niet dat eiser bij beschikking van 12 juli 2008 de toeslag heeft stopgezet. Achter de datum 12 juli 2008 staat namelijk een komma. De opmerking na de komma ziet dus niet op het besluit van 12 juli 2008 maar op de na dat besluit doorgegeven wijziging. Overigens heeft eiser buiten de algemene opmerkingen over de stopzetting per 1 september 2008 ook niet ontkend dat de toeslag voor een van zijn kinderen door of namens hem is stopgezet. Eisers gronden die zien op de stopzetting van de toeslag per 1 september 2008 kunnen dan ook niet slagen.
Is bij de vaststelling van de compensatie over het jaar 2008 uitgegaan van het juiste terugvorderingsbedrag?
8. Zoals de Dienst Toeslagen terecht heeft opgemerkt in zijn verweerschrift moet bij de vaststelling van de compensatie uitgegaan worden van het voorschotbedrag zoals dat was vastgesteld voorafgaand aan de vooringenomen neerwaartse correctie. [1] Op 24 september 2008 heeft die neerwaartse correctie (de nihilstelling) plaatsgevonden. Dat betekent dat voor component A uitgegaan moet worden van het bedrag aan voorschot zoals dat was vastgesteld voorafgaand aan 24 september 2008. Dat is een bedrag van € 13.563. De Dienst Toeslagen is bij de berekening ook uitgegaan van dit bedrag.
8.1
Het door eiser genoemde bedrag van € 15.987 is het bedrag aan voorschot zoals dat in eerste instantie was vastgesteld. Daarna is er een wijziging doorgegeven dat voor een van eisers kinderen de toeslag per 1 september 2008 moet worden stopgezet. Gelet op die wijziging is het voorschot vastgesteld op € 13.563. Deze wijziging is dus een reguliere wijziging geweest. Hieruit blijkt niet van vooringenomenheid, zodat daarom ook niet van het bedrag van € 15.987 uitgegaan kan worden.
8.2
De opmerking van eiser over de gastouderbureaus kan de rechtbank niet plaatsen. Uit het informatie- en beoordelingsformulier blijkt dat de Dienst Toeslagen bij de beoordeling heeft betrokken dat de kinderen in 2008 werden opgevangen door [gastouderbureau 1] en in 2009 bij [gastouderbureau 2] . Overigens heeft eiser ook niet toegelicht in hoeverre de plaats waar de opvang plaats heeft gevonden van belang zou kunnen zijn voor de hoogte van de compensatie.
8.3
Uit het voorgaande volgt dat de Dienst Toeslagen bij component A van het juiste bedrag uitgegaan. Eiser heeft verder geen inhoudelijke gronden aangevoerd tegen de berekening van de compensatie.

Conclusie en gevolgen

9. Uit alles wat hiervoor is overwogen volgt dat de Dienst Toeslagen een juist besluit heeft genomen. Het beroep zal daarom ongegrond worden verklaard. Omdat het beroep ongegrond wordt verklaard, krijgt eiser geen proceskostenvergoeding. Ook krijgt eiser het griffierecht niet vergoed.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. van Alphen rechter, in aanwezigheid van A.J.M. van Hees. griffier, op 30 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage wettelijk kader

Wet hersteloperatie toeslagen
Artikel 2.1, eerste lid
De Dienst Toeslagen kent op aanvraag compensatie toe aan een aanvrager van een kinderopvangtoeslag, die schade heeft geleden, doordat ten aanzien van hem:
a .voor 23 oktober 2019 bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid van de Dienst Toeslagen; of
b
.de toepassing van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, de Wet kinderopvang of de op die wetten berustende bepalingen bij de uitvoering van de kinderopvangtoeslag heeft geleid tot onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit de hardheid van de toepassing die voor 23 oktober 2019 werd gegeven aan het wettelijke systeem.
Artikel 2.2 aanhef en onder a
De compensatie bestaat uit een bedrag vanwege een beschikking tot het verminderen of niet toekennen van een kinderopvangtoeslag of het beëindigen van voorschotverlening voor een kinderopvangtoeslag die een direct gevolg is van institutionele vooringenomenheid als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, of de hardheid, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel b, vermeerderd met een bedrag voor de rente die is begrepen in een beschikking tot terugvordering.
Artikel 2.3, eerste lid
Het bedrag, bedoeld in artikel 2.2, onderdeel a, is gelijk aan het bedrag dat als gevolg van de beschikking niet is toegekend of is teruggevorderd, vermeerderd met het bedrag van de rente die is begrepen in een beschikking tot terugvordering en verminderd, maar niet verder dan tot nihil, met:
een nog niet betaald bedrag van de terugvordering en van de rente; of
een alsnog toegekende kinderopvangtoeslag of een verhoging daarvan met betrekking tot het berekeningsjaar waarop de compensatie betrekking heeft.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 2.2 aanhef en onder a van de Wht en artikel 2.3, eerste lid, van de Wht