ECLI:NL:RBZWB:2026:2150
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bestreden besluit
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter op 24 maart 2026 uitspraak gedaan over een verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker heeft nagelaten aan te geven tegen welk besluit het bezwaar of beroep is gericht, zoals vereist op grond van artikel 6:5, eerste lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De griffier heeft verzoeker meerdere malen verzocht om een kopie van het bestreden besluit te overleggen, maar verzoeker heeft hier niet op gereageerd. Ook pogingen tot telefonisch contact bleven zonder resultaat. Hierdoor was het niet mogelijk om het verzoek inhoudelijk te beoordelen.
Op grond van artikel 6:6 Awb Pro kan een bezwaar of beroep niet-ontvankelijk worden verklaard indien niet aan de eisen van artikel 6:5 is Pro voldaan. Deze bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op verzoeken om voorlopige voorzieningen (artikel 8:81 Awb Pro). De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek niet-ontvankelijk verklaard zonder zitting, conform artikel 8:83, derde lid, Awb.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.H. van der Linden en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een omschrijving van het bestreden besluit en het niet reageren op verzoeken om nadere informatie.