ECLI:NL:RBZWB:2026:2150

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
26/1297
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken bestreden besluit

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter op 24 maart 2026 uitspraak gedaan over een verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker heeft nagelaten aan te geven tegen welk besluit het bezwaar of beroep is gericht, zoals vereist op grond van artikel 6:5, eerste lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De griffier heeft verzoeker meerdere malen verzocht om een kopie van het bestreden besluit te overleggen, maar verzoeker heeft hier niet op gereageerd. Ook pogingen tot telefonisch contact bleven zonder resultaat. Hierdoor was het niet mogelijk om het verzoek inhoudelijk te beoordelen.

Op grond van artikel 6:6 Awb Pro kan een bezwaar of beroep niet-ontvankelijk worden verklaard indien niet aan de eisen van artikel 6:5 is Pro voldaan. Deze bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op verzoeken om voorlopige voorzieningen (artikel 8:81 Awb Pro). De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek niet-ontvankelijk verklaard zonder zitting, conform artikel 8:83, derde lid, Awb.

De uitspraak is gedaan door rechter R.J.H. van der Linden en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een omschrijving van het bestreden besluit en het niet reageren op verzoeken om nadere informatie.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 26/1297

uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 maart 2026 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker.

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, onder c, van de Awb dient een bezwaar- of beroepschrift in ieder geval een omschrijving van het besluit waartegen bezwaar of beroep is gericht te bevatten.
In artikel 6:6, aanhef en onder a, van de Awb is bepaald, voor zover hier van belang, dat het bezwaar of beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard indien niet is voldaan aan artikel 6:5.
Ingevolge artikel 8:81, vierde lid, van de Awb, zijn de hiervoor genoemde artikelen van overeenkomstige toepassing bij een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Ingevolge artikel 8:83, derde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter uitspraak doen zonder zitting, indien het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
4. Uit het verzoekschrift blijkt niet met welk besluit verzoeker het niet eens is en of verzoeker bezwaar heeft gemaakt. De griffier heeft verzoeker op 6 maart 2026 in de gelegenheid gesteld om alsnog een kopie van het door hem bestreden besluit over te leggen. Verzoeker heeft binnen de gestelde termijn niet gereageerd. De griffier heeft daarna nog een aantal keren geprobeerd om telefonisch contact met verzoeker op te nemen, maar kreeg steeds geen gehoor. Omdat het hierdoor niet mogelijk is het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening te beoordelen, zal het verzoek niet-ontvankelijk verklaard worden.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.H. van der Linden, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.J.M. van Hees, griffier, op 24 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.