Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 19 maart 2026 in de zaak tussen
[belanghebbende] , uit [plaats 1] (Zwitserland), belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur,
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid), de Staat.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
€ 6.000.000 aan [b.v. 1] . Holding heeft deze lening extern gefinancierd, waarbij de externe verstrekker van de lening onder meer een recht van hypotheek ter zake van het complex heeft verworven (de hypotheeknemer).
De formalisering van reeds mondeling overeengekomen contractuele verplichtingen brengen geen fiscale gevolgen met zich mee, omdat de economische eigendom van het pand in onmiddellijke en rechtstreekse samenhang met de juridische levering door de commanditaire vennoten is verkregen. Bij de verkrijging van de economisch eigendom is door de commanditaire vennoten geen overdrachtsbelasting is verschuldigd, zulks onder verwijzing onderdeel 9.1. van het Besluit van de Staatssecretaris ('Belastbaar Feit") van 15 oktober 2015 nr. BLKB 2015/794M.
De vennoten wensen hierbij een commanditaire vennootschap aan te gaan naar Nederlands recht, onder de naam: [C.V.] (de ‘vennootschap’).
Voorgesteld wordt dat [b.v. 1] [BV] de enige besturend vennoot zal zijn en dat [belanghebbende] en [naam 1] de commanditaire vennoten van de vennootschap zullen zijn.
[b.v. 1] als besturend vennoot: zijn kennis en arbeid;
[belanghebbende] als commanditaire venoot: een bedrag van negentig euro (EUR 90); en
[naam 1] als commanditaire vennoot: een bedrag van tien euro (EUR 10).
Koopprijs[complex] [toevoeging rb.: afkorting voor het complex] in huidige staat bedraagt 11,25 mln. euro k.k.. vast. (…)”
ONTBINDENDE VOORWAARDE
ARTIKEL 3
“Conclusie:
Motivering
€ 2.561.773. De inspecteur heeft dan ook terecht het inkomen uit aanmerkelijk belang gecorrigeerd naar € 2.561.773.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de Minister tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 375;
- veroordeelt de Minister inspecteur tot betaling van € 116,75 aan proceskosten aan belanghebbende;
- veroordeelt de inspecteur tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 1.125;
- veroordeelt de inspecteur tot betaling van € 116,75 aan proceskosten aan belanghebbende.