ECLI:NL:RBZWB:2026:2163
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2020
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2020, waarbij de inspecteur een belastbaar inkomen uit werk en woning van €23.623 en een premie-inkomen van €20.470 had vastgesteld. De inspecteur verklaarde het bezwaar ongegrond. Belanghebbende kwam vervolgens in beroep bij de rechtbank.
Tijdens de beroepsprocedure heeft de inspecteur, naar aanleiding van nadere informatie van de Sociale Verzekeringsbank, alsnog premievrijstelling verleend voor de volksverzekeringen over het gehele jaar 2020 en een verminderingsbeschikking afgegeven. Hierdoor werd het premie-inkomen op nihil gesteld.
De rechtbank constateerde dat belanghebbende correct was uitgenodigd voor de zitting, maar niet verscheen. De rechtbank oordeelde dat de afwezigheid geen belemmering vormde voor de zaakbehandeling. Omdat de inspecteur volledig tegemoet was gekomen aan de beroepsgronden, was het beroep gegrond en werd de uitspraak op bezwaar vernietigd. De aanslag werd aangepast en de inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de aanslag aangepast naar een premie-inkomen van nihil en de inspecteur moet het griffierecht vergoeden.