ECLI:NL:RBZWB:2026:2163
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2020
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2020, waarin de inspecteur een belastbaar inkomen en premie-inkomen had vastgesteld. De inspecteur verklaarde het bezwaar ongegrond. Tijdens de beroepsprocedure verleende de inspecteur op basis van nadere informatie van de Sociale Verzekeringsbank alsnog premievrijstelling voor het gehele jaar 2020 en paste de aanslag dienovereenkomstig aan.
De rechtbank constateerde dat belanghebbende correct was uitgenodigd voor de zitting, maar niet verscheen. Dit was geen belemmering voor de behandeling van de zaak. Omdat de inspecteur volledig tegemoet was gekomen aan de beroepsgronden door de premievrijstelling en aanpassing van de aanslag, was het beroep gegrond en hoefde de rechtbank geen verdere inhoudelijke beoordeling te verrichten.
De uitspraak op bezwaar werd vernietigd, de aanslag vastgesteld op een premie-inkomen van nihil met handhaving van overige elementen, en de inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende. Er waren geen overige proceskosten die voor vergoeding in aanmerking kwamen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslag IB/PVV 2020 wordt vastgesteld op een premie-inkomen van nihil met vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.