De RDW legde op 16 juli 2025 een rijverbod op aan eiser voor zijn bromfiets vanwege overschrijding van de maximumconstructiesnelheid, gebaseerd op een WOK-melding van de politie. Eiser maakte bezwaar en stelde dat de snelheidsmeting niet volgens de wettelijke eisen was uitgevoerd, met name dat geen rijproef in twee richtingen had plaatsgevonden.
De rechtbank oordeelt dat de RDW niet bevoegd was het rijverbod op te leggen omdat de meting niet voldeed aan de wettelijke vereisten uit de Regeling voertuigen, die een rijproef voorschrijft bij het ontbreken van een bromfietsrollentestbank. De gebruikte gekalibreerde boordsnelheidsmeting voldoet niet aan deze voorwaarden.
Eiser had ondanks het vervallen van het rijverbod nog procesbelang vanwege de gevorderde schadevergoeding. De rechtbank kent een schadevergoeding toe voor de keuring en extra reiskosten, maar wijst overige schadeposten af. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de RDW wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht.