Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND,
1.Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 30 januari 2026;
- het e-mailbericht van [minderjarige 1] d.d. 6 februari 2026.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] groeien op in een fysiek en emotioneel veilige opvoedingsomgeving, waarbij zij worden gestimuleerd in hun ontwikkeling en er duidelijkheid, voorspelbaarheid, stabiliteit, rust en regelmaat wordt geboden maar ook steun, troost en affectie aanwezig is;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden op geen enkele manier blootgesteld aan verbaal en/of fysiek geweld tussen en door ouders of anderszins spanningen tussen ouders;
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden op geen enkele manier blootgesteld aan verbaal en/of fysiek geweld vanuit vader richting hen;
- Er is zicht op het algehele functioneren van vader, inclusief zijn cognitieve niveau van functioneren;
- Duidelijk is welke vorm van hulpverlening wel aansluit bij en werkt voor vader, gericht op het verbeteren van zijn emotieregulatie en de invloed hiervan op het gezamenlijk opvoeden en de sfeer in het gezin;
- Er is zicht op het functioneren van [minderjarige 2] ;
- Duidelijk is of aan welke vorm van ondersteuning [minderjarige 1] behoefte heeft, bijvoorbeeld aan een vertrouwenspersoon of een behandelaar;
- Opvoedondersteuning in de thuissituatie
- Systeemtherapie voor ouders.
6.De beslissing
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.