Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2171

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
24 maart 2026
Zaaknummer
C/02/445355 / FA RK 26-977
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Beer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:212 BWArt. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming bijzondere curator en aanhouding beslissing erkenning en gezag minderjarige

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 5 maart 2026 een verzoek van de man tot vervangende toestemming voor erkenning van zijn minderjarige kind, het bepalen van gezamenlijk gezag en het vaststellen van een omgangs- en zorgregeling. Omdat de procedure betrekking heeft op de afstamming van de minderjarige, werd een bijzondere curator benoemd om de belangen van het kind te behartigen.

Mr. V.J.C. Pieters uit Goes werd bereid gevonden deze rol op zich te nemen en werd door de rechtbank benoemd. De curator moet binnen acht weken een schriftelijk verslag indienen met haar bevindingen en een standpunt over het verzoek tot vervangende toestemming erkenning.

De rechtbank besloot de verdere behandeling van het verzoek aan te houden tot ontvangst van het verslag van de bijzondere curator. Tevens verzocht de rechtbank partijen en de curator hun beschikbaarheid voor een mondelinge behandeling in de zomermaanden door te geven. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken door rechter De Beer.

Uitkomst: De rechtbank benoemt een bijzondere curator en houdt verdere beslissingen aan tot ontvangst van het verslag van de curator.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/445355 / FA RK 26-977
datum uitspraak: 5 maart 2026
beschikking betreffende benoeming bijzondere curator
in de zaak van
[de man],
hierna te noemen: de man,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. J.F. Cheung te Rotterdam,
tegen
[de vrouw] ,
hierna te noemen de vrouw,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. W. Tiggelaar te Middelburg.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1.Het procesverloop

1.1
De rechtbank oordeelt op grond van het op 13 februari 2026 ingekomen verzoek van de man tot het verlenen van vervangende toestemming tot erkenning, het bepalen van gezamenlijk gezag en het vaststellen van een omgangs-/zorgregeling.

2.Het verzoek

2.1
De man verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I te bepalen dat een bijzondere curator wordt benoemd voor de [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2019;
II aan de man toestemming wordt verleend tot erkenning van de voornoemde minderjarige, welke toestemming de vereiste toestemming van de vrouw vervangt;
III een omgangs-/zorgregeling, zoals benoemd onder punten 9 t/m 15, dan wel een zodanige beslissing te nemen die de rechtbank in goede justitie zal vernemen behoren;
IV te bepalen dat de man mede wordt belast met het ouderlijk gezag over de voornoemde minderjarige.

3.De beoordeling

3.1.
Partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.
3.2.
Nu de vrouw, de man en [minderjarige] hun gewone verblijfplaats hebben in Nederland, is de Nederlandse rechtbank bevoegd van het verzoek kennis te nemen.
3.3.
Omdat deze procedure (onder meer) betrekking heeft op de afstamming van [minderjarige] moet zij in dat verband op grond van artikel 1:212 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) worden vertegenwoordigd door een bijzondere curator. Mr. V.J.C. Pieters, advocaat, kantoorhoudende te Goes, is bereid als zodanig op te treden. De rechtbank zal haar in die hoedanigheid benoemen.
3.4.
De bijzondere curator dient binnen acht weken na heden de rechtbank schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek tot vervangende toestemming erkenning in te nemen.
3.5.
De beslissing op de verzoeken van de man zullen worden aangehouden tot
5 mei 2026 PRO FORMA,in afwachting van het verslag van de bijzondere curator. De rechtbank verzoekt partijen en de bijzondere curator uiterlijk op voornoemde pro forma datum hun verhinderdata over de maanden juni, juli en augustus 2026 bij de rechtbank in te dienen zodat een mondelinge behandeling kan worden gepland.
3.6.
Dit brengt mee dat nu als volgt wordt beslist. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1
benoemt tot bijzondere curator over de [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2019:
- mr. V.J.C. Pieters, advocaat te Goes;
4.2
verzoekt de bijzondere curator binnen acht weken na de datum van deze beschikking schriftelijk verslag te doen van haar bevindingen en daarbij een standpunt over het verzoek van de man in te nemen;
4.3.
verzoekt partijen en de bijzondere curator uiterlijk op
5 mei 2026 PRO FORMAhun verhinderdata over de maanden juni, juli en augustus 2026 bij de rechtbank in te dienen;
4.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. De Beer, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026 in tegenwoordigheid van Bakker-Maljers, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.