Op 3 juli 2024 stal verdachte een fatbike van het slachtoffer en gebruikte daarbij geweld en bedreiging met een vuurwapen gelijkend voorwerp tegen een tweede slachtoffer. Verdachte bekende de diefstal en het geweld, maar ontkende het uitspreken van de bedreiging met de woorden 'ik schiet'. De rechtbank achtte de diefstal gevolgd door geweld en bedreiging wettig en overtuigend bewezen, maar sprak verdachte vrij van het zeggen van de bedreiging.
Verdachte was op het moment van het feit 22 jaar en werd behandeld volgens het volwassenenstrafrecht. De rechtbank hield rekening met zijn psychosociale problematiek en kwetsbaarheden, maar vond toepassing van het adolescentenstrafrecht niet passend. De straf bestond uit een taakstraf van 120 uur, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 13 dagen (voorarrest) en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 77 dagen met een proeftijd van twee jaar.
De bijzondere voorwaarden omvatten onder meer meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling bij Forensische Zorg Zeeland en controles op softdruggebruik, maar niet het verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, omdat verdachte zich daar niet veilig voelde. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en de bijzondere voorwaarden werden niet dadelijk uitvoerbaar verklaard vanwege het positieve gedrag van verdachte sinds het feit.
De rechtbank benadrukte de ernst van het feit, het gebruik van een nepvuurwapen en het impactvolle geweld, evenals de noodzaak om verdachte op het juiste pad te houden en recidive te voorkomen.