ECLI:NL:RBZWB:2026:2187

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
25 maart 2026
Zaaknummer
11946418 \ AZ VERZ 25-88
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Zander
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:667 BWArt. 7:668a BWArt. 7:686a lid 2 BWArt. 69 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wegens rechtsgeldige tijdelijke arbeidsovereenkomst

Werknemer verzocht de kantonrechter om te verklaren dat tussen hem en werkgever een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bestond. De kantonrechter oordeelde dat er sprake was van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 48 maanden, die rechtsgeldig was aangegaan en van rechtswege is geëindigd per 1 september 2025.

De procedure werd gevoerd op verzoekschrift, waarbij werknemer ook een spoorwissel naar dagvaardingsprocedure vroeg, maar dit werd afgewezen omdat de procedure terecht op verzoekschrift was ingesteld op grond van afdeling 9 van titel 10, boek 7 BW. De kern van het geschil betrof de vraag of de functie van werknemer docent of universitair docent was, wat bepalend is voor de toepasselijkheid van cao-bepalingen.

De kantonrechter stelde vast dat werknemer onvoldoende had onderbouwd dat hij universitair docent was en ging uit van de functie docent. Op grond van de cao en de wet was het toegestaan een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 48 maanden aan te gaan voor deze functie. Werkgever had voldoende onderbouwd dat de tijdelijke arbeidsovereenkomst noodzakelijk was vanwege een piek in de onderwijsbehoefte. Werknemer had dit onvoldoende gemotiveerd betwist.

Daarom werd het verzoek afgewezen en werd werknemer veroordeeld in de proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Het verzoek om te verklaren dat er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bestaat wordt afgewezen omdat de tijdelijke arbeidsovereenkomst rechtsgeldig was en van rechtswege is geëindigd.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer / rekestnummer: 11946418 \ AZ VERZ 25-88
Beschikking van 6 maart 2026
in de zaak van
[werknemer],
te [plaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [werknemer] ,
gemachtigde: mr. L.L. Ross,
tegen
[werkgever],
te [plaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [werkgever] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt [werknemer] om voor recht te verklaren dat er tussen hem en [werkgever] sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De kantonrechter wijst het verzoekt af, omdat er tussen partijen sprake was van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die van rechtswege is geëindigd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift
- aanvullende stukken van [werknemer] van 2 januari 2026
- aanvullende stukken van [werkgever] van 8 januari 2026
- aanvullende stukken van [werknemer] van 12 januari 2026
- de aanvullende stukken van [werkgever] van 12 januari 2026
- de mondelinge behandeling van 12 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[werknemer] , geboren [datum] 1976, is sinds 1 september 2021 in dienst bij [werkgever] . In de arbeidsovereenkomst tussen partijen (hierna ook te noemen: de arbeidsovereenkomst) is onder meer het volgende opgenomen:

The Employee will enter into service of the Employer as Teacher in the position of Teacher 2 within the Department of Finance of [school] of Economics and Management. This does not exclude later changes in the organizational position of the job.(…)
The Employee will be employed for the period of September 1, 2021 to September 1,2025. The employment contract will end, as stated by law, when the termination date is reached.(…)
The employment contract will not be extended after the termination date. As stated by law, this also is the duty of notification for the end of the employment.(…)
The Employee will receive a salary based on the salary scale 12 at salary level 10. Upon commencement of employment, the salary will be €5,826.00 gross per month.(…)
The Collective Labor Agreement of the Dutch Universities, hereinafter referred to as the CLA, as well as the local terms and conditions of employment, codes of conduct and the integrity code applying at [school] are part of this employment contract and form a single entity. This also applies to future changes to these documents. The full text of CLA is available online at [website] .
2.2.
In de (laatste versie van de) toepasselijke cao Nederlandse Universiteiten (1 juli 2025 t/m 30 juni 2026, hierna te noemen: de cao) is onder meer het volgende opgenomen:
Artikel 2.2 Aangaan dienstverband
Lid 1: “
Het dienstverband wordt aangegaan voor bepaalde of onbepaalde tijd. In beginsel wordt het dienstverband aangegaan voor onbepaalde tijd, tenzij een dienstverband voor bepaalde tijd noodzakelijk wordt geacht.
Artikel 2.2a Eén dienstverband voor bepaalde tijd
Lid 1: “
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 2.2 eerste lid kan de werkgever in afwijking van de in artikel 2.3 genoemde maximale totale duur van het dienstverband, met een werknemer één dienstverband voor bepaalde tijd aangaan.
Lid 2: “
De duur van het dienstverband wordt bij de aanvang vastgesteld. Dit kan een vooraf vastgestelde bepaalde termijn zijn, dan wel een termijn die niet exact van tevoren vaststaat, maar die afhankelijk is van een objectief bepaalbare omstandigheid.
Lid 5: “
Dit artikel is niet van toepassing op de werknemer in de functie van hoogleraar voor meer dan 0,2 fte of in de functie van universitair (hoofd)docent, tenzij met deze werknemer een dienstverband wordt aangegaan voor een formeel vastgelegd traject naar een dienstverband voor onbepaalde tijd in een hoger wetenschappelijk functieprofiel zoals bedoeld in artikel 6.6 van deze cao.
Artikel 2.3 Duur van het dienstverband voor bepaalde tijd
Lid 1: “
Met de werknemer kan een dienstverband voor bepaalde tijd worden aangegaan. Als uitgangspunt geldt dat met een werknemer in de functie van hoogleraar voor meer dan 0,2 fte of in de functie van universitair (hoofd)docent of in een obp-functie een dienstverband voor bepaalde tijd kan worden aangegaan voor een maximale duur van twaalf maanden. Bij gebleken geschiktheid en voortzetting in dezelfde functie wordt na deze periode aansluitend een dienstverband voor onbepaalde tijd aangegaan. Als deze geschiktheid niet kan worden vastgesteld, of vanwege ziekte, zwangerschaps- of bevallingsverlof of arbeidsongeschiktheid nog niet kan worden vastgesteld, mag het tijdelijk dienstverband nog eenmaal voor een maximale duur van twaalf maanden worden verlengd, of bij opvolgend werkgeverschap voor de maximale duur van twaalf maanden worden aangegaan.
Lid 2: “
Zoals in dit hoofdstuk bepaald kunnen in afwijking van het eerste lid onder bepaalde omstandigheden een of meer dienstverbanden voor bepaalde tijd worden aangegaan voor een langere duur dan twaalf maanden.
Lid 4: “
In afwijking van het eerste lid is voor de werknemer die nieuw in dienst treedt bij de werkgever in de functie van hoogleraar voor meer dan 0,2 fte of in de functie van universitair (hoofd)docent, de duur van een of meer tijdelijke dienstverbanden maximaal 18 maanden.
Lid 5: “
Voor de functies binnen het wp, met uitsluiting van de functies genoemd in het vierde lid, kan in afwijking van de duur van het eerste lid een dienstverband voor bepaalde tijd worden aangegaan, dat verlengd kan worden tot een maximale duur van 36 maanden. Voor de navolgende functies kan echter een dienstverband voor bepaalde tijd worden aangegaan, dat verlengd kan worden tot een maximale duur van 48 maanden:
a. functies waarvan de werkzaamheden tijdelijk extern gefinancierd worden of waarbij sprake is van cofinanciering. Deze langere duur van dienstverbanden voor bepaalde tijd is noodzakelijk om een gedegen wetenschappelijk product / resultaat overeenkomstig de afspraken met de externe financier te kunnen leveren. Een dienstverband voor bepaalde tijd is noodzakelijk omdat bij voltooiing van een project de financiering ophoudt te bestaan;
b. functies van onderzoekers 3 en 4 (de zogenaamde postdocs). Dit zijn functies die naar hun aard het gebruik van dienstverbanden voor bepaalde tijd rechtvaardigen.
2.3.
Bij brief aan [werknemer] van 26 mei 2025 heeft [werkgever] (nogmaals) aangezegd dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt per 1 september 2025.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[werknemer] verzoekt de kantonrechter om voor recht te verklaren dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, met veroordeling van [werkgever] in de proceskosten. Volgens [werknemer] is de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 48 maanden niet rechtsgeldig. Bij bericht van 12 januari 2026 heeft [werknemer] verzocht om de spoorwissel van artikel 69 Rv Pro toe te passen.
3.2.
[werkgever] voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. [werkgever] voert aan dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 48 maanden in overeenstemming is met de wet en de cao. Daarom is deze per 1 september 2025 van rechtswege geëindigd, zodat [werknemer] niet meer bij [werkgever] in dienst is.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat in deze zaak om de vragen of het aangaan van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 48 maanden rechtsgeldig was en of [werknemer] nog (voor onbepaalde tijd) in dienst is bij [werkgever] .
4.2.
[werknemer] heeft deze zaak ingeleid met een verzoekschrift. Volgens [werkgever] is dat de juiste wijze, maar [werknemer] heeft zelf verzocht om de procedure met toepassing van artikel 69 Rv Pro voort te zetten als dagvaardingsprocedure. De kantonrechter is echter van oordeel dat de procedure op grond van artikel 7:686a lid 2 BW terecht aanhangig is gemaakt met een verzoekschrift. Het verzoek van [werknemer] is immers gebaseerd op afdeling 9 van titel 10, boek 7 BW, meer specifiek de artikelen 7:667 BW, 7:668 BW en 7:668a BW. Daarom is een spoorwissel niet aan de orde.
4.3.
De kantonrechter oordeelt dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd op grond van artikel 7:667 BW Pro en de artikelen 2.2 en 2.2a van de cao. De kantonrechter legt hierna uit hoe tot dit oordeel tot stand is gekomen.
4.4.
De eerste vraag die beantwoord moet worden is of de functie van [werknemer] docent of universitair docent was. Het antwoord op deze vraag is van belang voor het bepalen welke cao-artikelen van toepassing zijn. Daarbij is van belang dat de Engelse vertaling van de functie docent teacher is en de vertaling van de functie universitair docent assistent professor of lecturer. Op basis van de arbeidsovereenkomst neemt de kantonrechter als uitgangspunt dat de functie van [werknemer] docent was. Daarin staat namelijk dat [werknemer] in dienst treedt als ‘
Teacher 2’. Zoals ook in de arbeidsovereenkomst staat, kan deze functie in de loop van het dienstverband zijn gewijzigd naar – bijvoorbeeld – universitair docent. [werknemer] stelt dat daarvan sprake is, maar dat wordt door [werkgever] betwist. In het licht van deze betwisting is de kantonrechter van oordeel dat [werknemer] zijn stelling, dat zijn (laatste) functie universitair docent was c.q. is geworden, onvoldoende heeft onderbouwd. De blote stellingen dat hij lecturer was en dat iedere docent zich lecturer noemde en ook lecturer werd genoemd zijn onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Datzelfde geldt voor de blote stelling van [werknemer] dat hij op de universiteit bekend stond als lecturer. Deze stellingen zijn zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onvoldoende om het uitgangspunt van de functie van docent opzij te zetten.
4.5.
Daarnaast stelt [werknemer] – zo begrijpt de kantonrechter – dat hij functioneerde als universitair docent dan wel dat de functies van docent en universitair docent gelijk te stellen zijn. Echter, ook die stellingen heeft [werknemer] naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd. [werkgever] betwist deze stellingen en voert – met verwijzing naar onder andere de als producties 12 en 13 overgelegde UFO-profielen (Universitair Functieordenen) – aan dat het zwaartepunt van een docent ligt bij het uitvoeren van onderwijstaken, terwijl bij een universitair docent het zwaartepunt ligt bij het doen van wetenschappelijk onderzoek. Verder voert [werkgever] aan dat [werknemer] voornamelijk onderwijstaken uitvoerde. Zo doceerde hij de vakken Internationale Financiële Management, Academische Competenties in Financiën en Financiën 1 voor IBA's en begeleidde hij 18 masterscripties. Verder voert [werkgever] aan dat het doen van wetenschappelijk onderzoek en het begeleiden van promovendi nimmer onderdeel is geweest van de werkzaamheden van [werknemer] . In het licht hiervan heeft [werknemer] zijn stellingen onvoldoende onderbouwd. Hij heeft de standpunten van [werkgever] over zijn werkzaamheden onvoldoende weersproken. Wel heeft [werknemer] erop gewezen dat de functies docent 2 en universitair docent 1 in de functiematrix in hetzelfde vakje staan en in dezelfde schaal (12) vallen. Naar het oordeel van de kantonrechter betekent dat echter niet dat het dezelfde functies zijn of dat de verschillen tussen de functies te verwaarlozen zijn. Integendeel, de functies worden benoemd als aparte functies, die samen met nog andere functies in dezelfde schaal vallen. Zo staan ook decaan 2, directeur onderzoeksinstituut 1 en voorzitter capaciteitsgroep 1 in eenzelfde vakje, terwijl dat ook duidelijk verschillende functies zijn.
4.6.
Kortom, in deze procedure gaat de kantonrechter ervan uit dat de functie van [werknemer] docent (2) was en dat hij ook als zodanig functioneerde.
4.7.
De volgende vraag die de kantonrechter zal beantwoorden is of de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 48 maanden rechtsgeldig tussen partijen gesloten kon worden. Op grond van de wet is dat toegestaan. Dat volgt uit artikel 7:667 lid 1 BW Pro. Weliswaar is in artikel 7:668a lid 1 aanhef en onder a. BW opgenomen dat na overschrijding van een periode van 36 maanden een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd geldt, maar dat is alleen aan de orde als er sprake is van een keten van minimaal twee arbeidsovereenkomsten en (dus) niet als er slechts één arbeidsovereenkomst is, zoals in deze zaak.
4.8.
Ook op grond van (de artikelen 2.2, 2.2a van) de cao is de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 48 maanden tussen partijen toegestaan. Op grond van artikel 2.2 lid 1 cao wordt een dienstverband bij [werkgever] in beginsel aangegaan voor onbepaalde tijd, tenzij een dienstverband voor bepaalde tijd noodzakelijk wordt geacht. Gelet hierop ligt het op de weg van [werkgever] om te stellen (en zo nodig te bewijzen) dat in het geval van [werknemer] een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd noodzakelijk werd geacht. Daarbij is van belang dat de cao in dit geval geen nadere eisen of voorwaarden stelt. Daarom gaat het er enkel om of [werkgever] het noodzakelijk vond om met [werknemer] een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd te sluiten. Wel is de kantonrechter van oordeel dat de beoordeling van deze noodzakelijkheid in zekere mate geobjectiveerd moet worden. [werkgever] moest het sluiten van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd noodzakelijk vinden op grond van objectiveerbare overwegingen. Dat wil zeggen overwegingen die aan derden uitgelegd kunnen worden, zodat zij het kunnen begrijpen, maar zonder dat zij het daarmee ook eens moeten zijn. In dat kader is van belang dat [werkgever] stelt dat zij het sluiten van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd noodzakelijk vond om een piek in onderwijsbehoefte op te kunnen vangen, waarbij het vooraf niet bekend was of die trend wel of niet zou doorzetten. Daarbij wijst [werkgever] erop dat er op de afdeling van [werknemer] (Finance) in de periode 2019/2020 en 2020/2021 sprake was van een toename van het aantal masterstudenten van 245 naar 281. Dit aantal nam in 2021/2022 nog verder toe tot 291. Daarmee heeft [werkgever] aan haar stelplicht voldaan. [werknemer] heeft de betreffende stellingen van [werkgever] naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende gemotiveerd betwist. Daarbij is van belang dat de cao in dit geval geen nadere eisen of voorwaarden stelt, zoals de kantonrechter hiervoor heeft overwogen. In artikel 2.3 van de cao staan wel verdere beperkingen in mogelijkheden voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, maar die zijn niet van toepassing op de functie van docent, maar alleen op de functies hoogleraar en universitair docent. Hiervoor is al geoordeeld dat de functie van [werknemer] docent was. Daarom zal de kantonrechter de overige stellingen van partijen over dat artikel ook niet verder behandelen.
4.9.
Het voorgaande brengt mee dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen voor bepaalde tijd van 48 maanden rechtsgeldig was en van rechtswege is geëindigd per 1 september 2025. Daarom zal het verzoek van [werknemer] worden afgewezen.
4.10.
Over de eventuele gevolgen als de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van 48 maanden wel in strijd met de cao zou zijn geweest, hoeft de kantonrechter zich gelet op het voorgaande niet uit te laten. Die gevolgen zijn onzeker, omdat de cao niet bepaalt dat in dat geval de arbeidsovereenkomst geldt als aangegaan voor onbepaalde tijd, zoals dat wel het geval is bij strijd met de wettelijke ketenregeling.
4.11.
De proceskosten komen voor rekening van [werknemer] , omdat [werknemer] overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [werkgever] worden begroot op € 1.298,00 (€ 1.154,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst het verzoek af,
5.2.
veroordeelt [werknemer] in de proceskosten van € 1.298,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [werknemer] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [1] .
Deze beschikking is gegeven door mr. Zander en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.

Voetnoten

1.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.