Eiser heeft op 11 augustus 2025 via zijn gemachtigde een aanvraag bijzondere bijstand ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis. Het college heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks een ingebrekestelling op 6 oktober 2025.
Het college stelde dat de aanvraag niet rechtsgeldig was vanwege betwiste volmachten en het niet verschijnen van eiser bij een intake, maar de rechtbank oordeelt dat de aanvraag van 11 augustus 2025 wel in behandeling moet worden genomen. De rechtbank stelt dat het college uiterlijk op 6 oktober 2025 had moeten beslissen, wat niet is gebeurd.
De rechtbank verklaart het beroep kennelijk gegrond, draagt het college op binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000. Tevens stelt de rechtbank de reeds verschuldigde dwangsom vast op €1.442 en veroordeelt het college tot vergoeding van het griffierecht aan eiser.