Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 7 augustus 2025 met producties,
- de conclusie van antwoord met producties,
- de conclusie van repliek met producties,
- de conclusie van dupliek met één productie,
- de akte uitlating producties van DSW.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak staat centraal of tussen DSW en gedaagde een zorgverzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen en of gedaagde op grond daarvan premie verschuldigd is. DSW heeft voldoende bewijs geleverd van het bestaan van de overeenkomst, waaronder toezending van polisbladen en aanmeldingsbrieven. Gedaagde heeft het bestaan van de overeenkomst onvoldoende gemotiveerd betwist.
Gedaagde voerde aan dat hij niet wist van de verzekering en dat hij al een andere zorgverzekering had, maar deze stellingen werden niet onderbouwd met bewijs. Ook het feit dat gedaagde geen zorgkosten bij DSW heeft gedeclareerd, sluit het bestaan van de verzekering niet uit. De kantonrechter acht het aannemelijk dat gedaagde de correspondentie heeft ontvangen, aangezien deze naar zijn toenmalige adres is gestuurd.
DSW vordert betaling van € 2.314,61 aan premieachterstand en wettelijke rente, alsmede vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter wijst deze vorderingen toe, inclusief een bedrag van € 48,40 aan incassokosten en proceskosten van € 1.073,64. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande zorgpremies, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.