ECLI:NL:RBZWB:2026:2200

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
C/02/445243 / FA RK 26-902
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot voortzetting inbewaringstelling wegens psychogeriatrische aandoening

Betrokkene verblijft sinds 18 februari 2026 in een accommodatie te [plaats 2] op grond van een inbewaringstelling door de burgemeester van Heusden. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzoekt de rechtbank om voortzetting van deze inbewaringstelling voor zes weken.

Tijdens de zitting op 23 februari 2026, die met gesloten deuren plaatsvond, zijn betrokkene, haar advocaat, dochter, arts en persoonlijk begeleider gehoord. Betrokkene zelf ontkent ziek te zijn en wil niet naar een verpleeghuis. De arts en begeleiders rapporteren echter dat betrokkene lijdt aan vermoedelijke vasculaire dementie met verwardheid en angst, en 24-uurszorg nodig heeft die thuis niet geboden kan worden.

De dochter benadrukt de wens om betrokkene thuis te laten wonen, maar erkent dat dit momenteel niet verantwoord is vanwege de onplanbare zorgbehoefte en haar eigen overbelasting. De rechtbank concludeert dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder levensgevaar en ernstige psychische schade, veroorzaakt door een psychogeriatrische aandoening en psychische stoornis.

De rechtbank oordeelt dat voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk en geschikt is om dit nadeel te voorkomen, mede omdat betrokkene zelf de zorg weigert en geen minder bezwarende alternatieven beschikbaar zijn. De machtiging wordt daarom verleend voor de duur van zes weken, tot en met 6 april 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445243 / FA RK 26-902
Datum uitspraak: 23 februari 2026
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1935 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
verblijvende in een [accommodatie] te [plaats 2] ,
advocaat mr. H.M.S. Cremers uit 's-Hertogenbosch.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1] , dochter;
  • [persoon 2] , arts;
  • mevrouw [persoon 3] , persoonlijk begeleider.
1.3.
Tevens waren bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar zijn niet gehoord:
  • de schoonzoon;
  • mevrouw [persoon 4] , persoonlijk begeleider.

2.Wat vaststaat

2.1.
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in de [accommodatie] te [plaats 2] . De burgemeester van de gemeente Heusden heeft de inbewaringstelling op 18 februari 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene geeft aan dat zij niet ziek is en thuis nog van alles doet. Betrokkene kon niet alles meer maar is van mening dat dit ook niet hoeft. Bij het schoonmaken in huis krijgt betrokkene hulp. Voorts geeft betrokkene aan dat haar zus onlangs is overleden en zij nu geen zusjes meer heeft. Betrokkene geeft aan dat zij niet naar een verpleeghuis gaat.
4.2.
De arts voert, samengevat, aan dat er uit de onderzoeken duidelijk naar voren komt dat het geheugen betrokkene in de steek laat. Er is bij betrokkene vermoedelijk sprake van verwardheid binnen vasculaire dementie. Daarnaast is betrokkene heel angstig wanneer zij thuis is. Betrokkene heeft 24 uur per dag zorg nodig en die kunnen de dochter en schoonzoon niet leveren. De laatste paar weken is het in de thuissituatie niet goed gegaan bij betrokkene, mede vanwege de angstige momenten. De onplanbare zorg maakt het lastig in de thuissituatie voor betrokkene.
4.3.
De persoonlijk begeleider verklaart dat betrokkene eenmaal per week huishoudelijke hulp krijgt. Daarnaast heeft betrokkene veel sturing bij de ADL nodig. De persoonlijk begeleider ziet een groot verschil wanneer familie van betrokkene langskomt. Op de groep draait betrokkene heel goed mee, aldus de persoonlijk begeleider.
4.4.
De dochter van betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het een moeilijke situatie is. Het liefst zou ze haar moeder mee naar huis willen nemen als dit verantwoord is. De diepe wens om haar thuis te laten wonen gaat voor de dochter heel ver en ten koste van haarzelf en haar gezin. Er zou zeker meer thuiszorg mogelijk zijn, maar die is er op dit moment niet. Maar ook dan blijft het lastig, omdat haar moeder haar belt als ze angstig en in paniek is. Dit is zorg die niet van tevoren te regelen is. Op dit moment is het volgens de dochter realistischer en veiliger om haar moeder in een verpleeghuis te laten verblijven.
4.5.
De advocaat bepleit primair afwijzing van het verzoek gelet op de wens van betrokkene om hier niet te verblijven. Subsidiair refereert zij zich aan het oordeel van de rechtbank.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op: levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige immateriële schade en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene weigert thuis intussen te eten en drinken, is achterdochtig en bang om vergiftigd te worden. Betrokkene is snel bang en angstig en drukt regelmatig de alarmknop in.
5.3.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychogeriatrische aandoening samen met een psychische stoornis. Door het overlijden van haar laatste zus is betrokkene verder achteruit gegaan.
5.4.
Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht.
5.5.
Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene weigert zorg en ziet zelf niet in welke zorg zij nodig heeft. De dochter is ernstig overbelast en kan haar moeder niet voldoende steun bieden in de thuissituatie op dit moment.
5.6.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene ziet zelf niet in dat zij zorg nodig heeft en zegt dat er niks aan de hand is.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene heeft in de thuissituatie wellicht nog niet alle hulp die mogelijk is maar op dit moment is diagnostiek en behandeling noodzakelijk.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1935 in [geboorteplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 6 april 2026.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2026 door Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 5 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.