ECLI:NL:RBZWB:2026:2205

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444855 / FA RK 26-679
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Verschoor-Bergsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing zorgmachtiging wegens vrijwillige medewerking betrokkene

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 23 februari 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, die lijdt aan een recidiverende psychotische stoornis binnen het schizofreniespectrum.

Betrokkene gaf tijdens de zitting aan het goed te maken en haar HIV-medicatie te gebruiken. Zij is het niet eens met het verzoek en wil de behandeling op vrijwillige basis voortzetten, met aandacht voor het herstellen van de vertrouwensrelatie met het FACT-team. De behandelaar stelde dat een zorgmachtiging noodzakelijk was vanwege zorgen over betrokkene, waaronder een incident in haar woning en vermeende overlastmeldingen, maar concrete recente meldingen ontbraken in het dossier.

De rechtbank constateerde dat betrokkene momenteel geen verzet toont tegen de noodzakelijke zorg en openstaat voor behandeling en medicatie. Gezien het ontbreken van recente overlastgegevens en de vrijwillige medewerking van betrokkene, concludeerde de rechtbank dat niet aan de wettelijke criteria voor een zorgmachtiging wordt voldaan.

Daarom wees de rechtbank het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Het verzoek tot zorgmachtiging wordt afgewezen omdat betrokkene vrijwillig meewerkt aan noodzakelijke zorg.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/444855 / FA RK 26-679
Datum uitspraak: 23 februari 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. Ph. van Kampen uit Goes.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 23 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, mr. Van Kampen;
  • mevrouw [persoon 1] , behandelaar;
- mevrouw [persoon 2] , verpleegkundige.

2.Het verzoek

2.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van 6 maanden.

3.De standpunten

3.1.
Betrokkene verklaart tijdens de zitting dat het goed met haar gaat en dat zij haar HIV-medicatie inneemt. Betrokkene geeft aan het niet eens te zijn met de aanvraag van een zorgmachtiging omdat zij al haar afspraken is nagekomen en openstaat voor behandeling door het Fact-team. Wel moet er volgens betrokkene gewerkt worden aan een nieuwe vertrouwensrelatie.
3.2.
De behandelaar benoemt tijdens de zitting dat een zorgmachtiging noodzakelijk is omdat er zorgen zijn om betrokkene. Er is een heftig incident geweest in de woning van betrokkene en er zijn meerdere overlastmeldingen bij de woningbouwvereniging waardoor er over een uithuisplaatsing wordt gesproken. Hier zijn geen stukken van. Op dit moment houdt betrokkene de zorg af en is het moeilijk om in contact te komen met betrokkene. Er lijkt op dit moment geen sprake van psychotische belevingen bij betrokkene.
3.3.
De advocaat van betrokkene bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene wil de behandeling op vrijwillige basis voortzetten. Na haar gedwongen opname is betrokkene ook op vrijwillige basis langer gebleven. Het is belangrijk dat er aan een nieuwe vertrouwensrelatie wordt gewerkt om met betrokkene in een goede samenwerking te komen. Ook wordt er gesproken over overlastmeldingen bij de woningbouwvereniging maar is hierover niets te lezen in het dossier en gaat het niet over recente meldingen maar over de situatie die vorig jaar aanleiding was voor de opname.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
4.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Bij betrokkene is sprake van een recidiverende psychotische stoornis.
4.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
4.4.
De rechtbank neemt hierbij in overweging dat betrokkene eerder in verwarde toestand van haar balkon is gesprongen en haar HIV-medicatie niet heeft ingenomen. Ook heeft betrokkene eerder in een psychotische ontregeling de deur van haar woning gebarricadeerd en spirituele rituelen uitgevoerd met gevaar voor omwonenden.
4.5.
Tijdens de zitting heeft betrokkene aangegeven dat zij open staat voor behandeling en gesprekken met het FACT-team en dat zij bereid is haar medicatie te blijven nemen. De rechtbank stelt vast dat betrokkene momenteel in woord en gedrag geen verzet toont tegen de noodzakelijk geachte zorg. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat er op dit moment voldoende mogelijkheden zijn om de noodzakelijk geachte zorg op vrijwillige basis voort te zetten. Daarnaast wordt uit de stukken en hetgeen tijdens de zitting is aangevoerd onvoldoende duidelijk waaruit de overlastmeldingen bij de woningbouwvereniging bestaan en of dit om recente meldingen gaat. Er zijn geen gegevens van de politie of van de woningbouwvereniging in het dossier. Vanwege de vrijwilligheid van betrokkene wordt niet voldaan aan de wettelijke criteria voor het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging. De rechtbank zal daarom het verzoek afwijzen.
5.
De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2026 door mr. Verschoor-Bergsma, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 9 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.