ECLI:NL:RBZWB:2026:2209

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
26 maart 2026
Zaaknummer
12118002 \ OV VERZ 26-542 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Van der Burgt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:206 lid 3 BWArt. 4:218 lid 1 BWArt. 4:221 lid 2 BWArt. 4:221 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling loon vereffenaar en afwijzing vrijstelling neerleggen rekening en verantwoording

Verzoeker is benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van erflater en verzoekt de kantonrechter het loon voor zijn werkzaamheden vast te stellen en hem vrij te stellen van het neerleggen van een rekening en verantwoording en een uitdelingslijst.

De kantonrechter hanteert bij de loonvaststelling de Recofa-richtlijnen en beoordeelt de gespecificeerde urenverantwoording als reëel. De gevraagde loonvermeerdering met 10 uur voor afwikkeling erfbelasting wordt afgewezen omdat deze uren reeds in de opgave zijn verwerkt. Het vastgestelde loon bedraagt €40.714,44 exclusief btw, vermeerderd met 4% algemene kantoorkosten.

Hoewel verzoeker vrijstelling van het neerleggen van rekening en verantwoording vraagt, wijst de kantonrechter dit af omdat de wettelijke termijn voor het melden van schulden is verlengd tot 8 juli 2026 en verzoeker aangeeft dat alle crediteuren reeds zijn voldaan binnen deze termijn. Hierdoor bestaat geen verplichting tot neerlegging, maar ook geen grond voor vrijstelling.

De kantonrechter wijst verzoeker erop dat de rekening en verantwoording dient te geschieden aan de rechthebbenden op het overschot indien deze niet wordt neergelegd.

De beschikking wordt uitgesproken door kantonrechter Van der Burgt op 19 maart 2026.

Uitkomst: Het loon van de vereffenaar wordt vastgesteld op €40.714,44 exclusief btw en het verzoek tot vrijstelling van het neerleggen van rekening en verantwoording wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Middelburg
Zaaknummer: 12118002 \ OV VERZ 26-542
Beschikking van 19 maart 2026
in de zaak van
MR. [verzoeker],
kantoorhoudende te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: verzoeker,
procederend in persoon,
in de nalatenschap van
[erflater],
geboren te [geboortedag] 1942,
laatstelijk gewoond hebbend te [plaats 2] ,
overleden op [datum] 2024,
hierna te noemen: erflater.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op de griffie op 10 maart 2026.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.

2.Het verzoek

2.1.
Verzoeker is tot vereffenaar benoemd in de nalatenschap van erflater. Verzoeker verzoekt de kantonrechter op grond van artikel 4:206 lid 3 BW Pro het loon voor de door hem verrichte werkzaamheden voor de vereffening vast te stellen. Het verzoekschrift is voorzien van een gespecificeerde opgave van de verrichte werkzaamheden. Verzoeker verzoekt te worden vrijgesteld van het neerleggen van een rekening en verantwoording en een uitdelingslijst, omdat alle crediteuren zijn voldaan.

3.De beoordeling

3.1.
Verzoeker is door deze rechtbank, locatie Middelburg, benoemd tot vereffenaar bij beschikking van 1 juli 2025 met zaaknummer C/02/436419 / HA RK 25/141.
3.2.
Bij de vaststelling van het loon ingevolge artikel 4:206 lid 3 BW Pro hanteert de kantonrechter de “Recofa-richtlijnen voor faillissementen en surseance van betaling”.
3.3.
Verzoeker verzoekt het loon conform de richtlijnen vast te stellen op een bedrag van € 40.714,44, te vermeerderen met 10 uur voor de afwikkeling van de aangifte erfbelasting en vragen van de Belastingdienst, alles te vermeerderen met 4% algemene kantoorkosten.
3.4.
Het opgegeven aantal bestede uren over de periode van 6 juni 2025 tot en met 19 februari 2026, zoals blijkt uit de verstrekte gespecificeerde opgave, komt de kantonrechter reëel voor. De kantonrechter stelt vast dat in de urenverantwoording al rekening is gehouden met 10 uur voor de afwikkeling van de aangifte erfbelasting en dat het urentotaal overeenkomt met de verantwoording, zodat de verzochte vermeerdering met 10 uren niet toewijsbaar is. Het verzochte bedrag komt de kantonrechter met inachtneming van de voornoemde richtlijnen verder niet onredelijk voor, zodat dit bedrag zal worden toegewezen.
3.5.
Een door de rechter benoemde vereffenaar behoeft op grond van artikel 4:221 lid 2 BW Pro een rekening en verantwoording en een uitdelingslijst niet neer te leggen, wanneer alle hem voor de afloop van de in artikel 4:218 lid 1 BW Pro bedoelde termijn bekend geworden schulden ten volle worden voldaan, of wanneer de kantonrechter hem van deze neerlegging vrijstelt.
3.6.
De in artikel 4:218 lid 1 BW Pro genoemde termijn is bij beschikking van 8 januari 2026 met zaaknummer 12019007 \ OV VERZ 25-5281 verlengd tot 8 juli 2026. Nu verzoeker heeft aangegeven dat alle crediteuren zijn voldaan, dus binnen voornoemde termijn, is er op grond van artikel 4:221 lid 2 BW Pro geen verplichting om een rekening en verantwoording en een uitdelingslijst neer te leggen. Verzoeker kan daar dan ook niet van worden vrijgesteld.
3.7.
Voor de volledigheid wijst de kantonrechter verzoeker erop dat de rekening en verantwoording geschiedt aan hen die een recht op het overschot hebben, nu geen rekening en verantwoording wordt neergelegd (artikel 4:221 lid 3 BW Pro).

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
stelt het loon van de vereffenaar vast op een bedrag van € 40.714,44 exclusief btw, te vermeerderen met 4% algemene kantoorkosten,
4.2.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Burgt, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2026.