In deze zaak vordert verhuurder WonenBreburg de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de huurwoning vanwege een aanzienlijke huurachterstand. De huurder erkent de achterstand en licht toe dat zijn bewindvoering is opgeheven, hij meerdere schulden heeft en momenteel in de ziektewet zit.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand op het moment van dagvaarden ruim vier maanden bedroeg en inmiddels is opgelopen tot bijna zes maanden, wat ernstig genoeg is voor ontbinding. De omstandigheden van de huurder, zoals ziekte en dreigend dakloosheid, zijn onvoldoende om ontbinding te voorkomen.
De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, toekomstige huurpenningen tot aan ontruiming, en een gebruiksvergoeding voor de periode na ontbinding tot daadwerkelijke ontruiming. Tevens moet hij de woning binnen veertien dagen ontruimen en de proceskosten betalen. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.