Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.Het beslag
8.De vordering van de benadeelde partij
9.De wettelijke voorschriften
10.Beslissing
spreekt verdachte vrijvan het onder 5 ten laste gelegde feit;
een gevangenisstraf van 150 (honderdvijftig) dagen, waarvan 88 (achtentachtig) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarde:
van rechtswegegelden voorts als voorwaarden:
een taakstraf van 180 (honderdtachtig) uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
90 (negentig) dagen;
3 (drie) jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [aangever] , geboren op [geboortedag 2] 1968 en [naam 2] , geboren op [geboortedag 3] 1973;
3 (drie) jaren zich niet zal bevinden in de [straat 1] te [plaats 1] en [straat 2] te [plaats 4];
1 (één) week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden;
dadelijk uitvoerbaaris omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon;