Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.[gedaagde 1]
[gedaagde 2]
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de producties van [eiseres] ,
- de conclusie van antwoord,
3.De feiten
4.Het geschil
I. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot afgifte van de in het petitum van de dagvaarding omschreven bescheiden,
5.De beoordeling
- de bankafschriften van de Rabo-rekening van erflater met [rekeningnummer 1] over de periode 1 januari 2020 tot heden
- de bankafschriften van de ING-rekening van erflater met [rekeningnummer 2] over de periode 1 januari 2020 tot 1 januari 2025 en van 24 september 2025 tot heden.
Door [eiseres] zijn verder geen omstandigheden gesteld waaruit het spoedeisend belang bij haar vordering I blijkt.