Eiseres, een B.V., heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op het bezwaar tegen een besluit over een wijziging van een WIA-uitkering van een ex-werkneemster. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 13 oktober 2025 in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Hoewel de wettelijke termijn twee weken is, acht de rechtbank in dit geval een termijn van vier weken redelijk vanwege de noodzaak van zorgvuldige besluitvorming en het tekort aan verzekeringsartsen bij het UWV. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV te laat is.
Daarnaast stelt de rechtbank de reeds verschuldigde bestuurlijke dwangsom vast op €1.442, omdat meer dan 42 dagen zijn verstreken sinds de ingebrekestelling. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 25 maart 2026.