ECLI:NL:RBZWB:2026:2251
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Toekoen
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling minderjarige wegens ontwikkelingsbedreiging door ouderlijke spanningen en contactgebrek
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 24 februari 2026 een beschikking gegeven tot ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2023, op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. De minderjarige wordt bedreigd in haar ontwikkeling door langdurige spanningen en conflicten tussen haar ouders, die niet in staat zijn om samen afspraken te maken en te communiceren. Daarnaast is er sinds september 2025 geen contact tussen de vader en de minderjarige, wat de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind schaadt.
De moeder heeft de omgang met de vader stopgezet uit vrees dat hij de minderjarige naar Syrië wilde meenemen. Er zijn meldingen van stalking en bedreigingen door de vader richting de moeder, wat heeft geleid tot politiebetrokkenheid en hulpverlening. De vader ontkent de beschuldigingen, maar vertoont volgens hulpverleners een problematische houding, waaronder wantrouwen en dreigend gedrag. Vrijwillige hulpverlening is eerder afgebroken, waardoor gedwongen hulpverlening noodzakelijk wordt geacht.
De kinderrechter acht het noodzakelijk dat de gecertificeerde instelling regie voert en MASIC wordt ingezet om de situatie te onderzoeken, inclusief mogelijke veiligheidsrisico's en partnergeweld. Begeleide omgang tussen vader en kind wordt als essentieel gezien voor contactherstel. De ondertoezichtstelling wordt toegewezen voor een periode van negen maanden, uitvoerbaar bij voorraad, met als doelen het verminderen van spanningen, het herstellen van contact en het verbeteren van de communicatie tussen ouders.
De beschikking benadrukt het belang van een vaste jeugdbeschermer en culturele sensitiviteit in de hulpverlening. De ouders worden aangespoord om hun houding te veranderen en samen te werken in het belang van de minderjarige. De beschikking is openbaar uitgesproken en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.
Uitkomst: De minderjarige wordt voor negen maanden onder toezicht gesteld van de gecertificeerde instelling wegens ernstige bedreiging van haar ontwikkeling door ouderlijke spanningen en contactgebrek.