Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de heer [persoon 1] , specialist ouderengeneeskunde;
- mevrouw [persoon 2] , woonbegeleidster,
- mevrouw [persoon 3] , zorgcoördinator.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, die lijdt aan een uitgebreide neurocognitieve stoornis met gedragsproblemen. Betrokkene verbleef in een zorgaccommodatie en wenste terug naar huis vanwege onrust en beperkte sociale contacten in de huidige omgeving.
De specialist ouderengeneeskunde en zorgmedewerkers stelden dat betrokkene 24-uurs zorg en toezicht nodig heeft vanwege onvoldoende zelfzorg, risicovol gedrag en het risico op ernstig nadeel zoals lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene kon niet zelfstandig thuis wonen.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene zich verzet tegen opname, maar dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om ernstig nadeel te voorkomen. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. Daarom werd de machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden verleend, geldig tot 24 augustus 2026.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden vanwege de noodzaak van intensieve zorg en toezicht.