Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
2.Wat vaststaat
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2023 in [geboorteplaats] . Het kind woont bij de vrouw.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze zaak hebben partijen, de vrouw en de man, gezamenlijk een ouderschapsplan opgesteld met regelingen omtrent hun minderjarige kind, geboren in 2023. Het kind woont bij de vrouw en het gezag wordt gezamenlijk uitgeoefend. De rechtbank heeft het verzoek ontvangen om het ouderschapsplan op te nemen in een beschikking.
Er heeft geen zitting plaatsgevonden; de rechtbank baseert zich op het verzoekschrift en de bijgevoegde stukken. De rechtbank besluit het ouderschapsplan, ondertekend in december 2025, als onderdeel van de beschikking te beschouwen. Tevens wordt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze blijft gelden ook bij hoger beroep.
De beschikking is op 24 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter Hendriks in aanwezigheid van griffier Duerink-Bottinga. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, waarvoor een advocaat vereist is.
Uitkomst: De rechtbank neemt het ouderschapsplan op in de beschikking en verklaart deze uitvoerbaar bij voorraad.