ECLI:NL:RBZWB:2026:2284

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
C/02/434793 / HA ZA 25-263 (E) en C/02/439262 / HA ZA 25-488 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Hermans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 Brussel I BisArt. 8 lid 1 Brussel I BisArt. 8 lid 2 Brussel I BisArt. 3 Rome IArt. 4 Rome I
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugvordering voorschotten factoring en vrijwaring betaling onbetwiste facturen

Floryn Nederland B.V. verstrekte factoringkredieten aan [partij 1] handelend onder de naam [partij 2]. Floryn betaalde voorschotten op facturen aan [partij 5], die deze facturen niet betaalde. Floryn vorderde terugbetaling van de voorschotten van [partijen], vermeerderd met rente en kosten. [Partijen] vorderden in een vrijwaringszaak betaling van [partij 5] voor de onbetaalde facturen.

De rechtbank oordeelde dat [partijen] op grond van de factoringsovereenkomst de voorschotten moesten terugbetalen omdat [partij 5] niet tijdig betaalde. De vordering werd toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf 8 april 2025, beslagkosten en proceskosten. De vrijwaringsvordering van [partijen] tegen [partij 5] werd eveneens toegewezen, omdat de betwisting van de facturen onvoldoende was onderbouwd.

De rechtbank wees het eigen schuld verweer van [partij 5] af, omdat de vordering van Floryn op nakoming van de overeenkomst was gebaseerd en niet op schadevergoeding. De proceskosten werden aan beide zijden toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt partijen hoofdelijk tot terugbetaling van voorschotten en wijst de vrijwaringsvordering toe tegen debiteur.

Uitspraak

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant

Civiel recht
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer hoofdzaak: C/02/434793 / HA ZA 25-263 en zaaknummer vrijwaringszaak: C/02/439262 / HA ZA 25-488
Vonnis van 25 maart 2026
in de hoofdzaak van
FLORYN NEDERLAND B.V.,
te 's-Hertogenbosch,
eisende partij,
hierna te noemen: Floryn,
advocaat: mr. J.C.M. van der Biezen,
tegen

1.[partij 1] ,

te [plaats 1] (Spanje),
hierna te noemen: [partij 1] ,
2. de vennootschap onder firma
[partij 2],
te [plaats 2]
hierna te noemen; [partij 2] vof,
3.
[partij 3],
te [plaats 2] ,
hierna te noemen [partij 3] ,
4.
[partij 4],
te [plaats 2] ,
hierna te noemen: [partij 4] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen in mannelijk enkelvoud: [partijen] ,
advocaat: mr. R.M.I. Cornelissen.
en
in de vrijwaringszaak van

1.[partij 1] ,

te [plaats 1] (Spanje),
hierna te noemen: [partij 1] ,
2. de vennootschap onder firma
[partij 2],
te [plaats 2] ,
hierna te noemen; [partij 2] vof,
3.
[partij 3],
te [plaats 2] ,
hierna te noemen [partij 3] ,
4.
[partij 4],
te [plaats 2] ,
hierna te noemen: [partij 4] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen in mannelijk enkelvoud: [partijen] ,
advocaat: mr. R.M.I. Cornelissen,
tegen
[partij 5] B.V.,
te [plaats 3] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [partij 5] ,
advocaat: mr. C.E.J. Aalbers.

1.De zaak in het kort

1.1.
Floryn is een kredietverstrekker die (onder meer) kredieten verstrekt in de vorm van factoring. Dat heeft zij ook gedaan aan [partij 1] handelend onder de naam [partij 2] . [partij 2] heeft onder meer voorschotten ontvangen op facturen aan [partij 5] . [partij 5] heeft deze facturen niet betaald. In de hoofdzaak vordert Floryn de verstrekte voorschotten terug van [partijen] vermeerderd met rente en kosten op basis van de bepalingen in de factoringsovereenkomst. In de vrijwaringszaak vordert [partijen] dat [partij 5] moet betalen waartoe zij in de hoofdzaak wordt veroordeeld. Omdat [partij 5] niet betaalt, vordert Floryn namelijk de voorschotten van [partijen] terug. [partij 5] betwist de juistheid van de facturen. Zowel de vorderingen in de hoofdzaak als de vorderingen in de vrijwaringszaak worden toegewezen.

2.De procedure in de hoofdzaak

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– het tussenvonnis van 17 september 2025 met de daarin genoemde stukken;
– de producties 20 tot en met 22 van Floryn;
– de akte wijziging eis van Floryn met productie 23;
– het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 februari 2026.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De procedure in de vrijwaringszaak

3.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– het tussenvonnis van 29 oktober 2025 met de daarin genoemde stukken;
– het bericht van 30 januari 2026 met producties genummerd 7 en 8 van [partijen] ;
– het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 februari 2026.
3.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

4.De feiten

4.1.
Floryn is een onderneming die zich bezighoudt met kredietverstrekking, onder meer in de vorm van factoring.
4.2.
[partij 1] had tot 3 maart 2025 een eenmanszaak onder de naam [partij 2] .
4.3.
Floryn en [partij 1] handelend onder de naam [partij 2] hebben in juli 2024 een factoringsovereenkomst gesloten. Op grond van deze factoringsovereenkomst heeft Floryn voorschotten op debiteurenfacturen betaald aan de eenmanszaak [partij 2] . De debiteuren van [partij 2] moesten vervolgens aan Floryn betalen, waarna Floryn het ontvangen bedrag minus het betaalde voorschot en kosten betaalde aan [partij 2] .
4.4.
In de factoringsovereenkomst is overeengekomen dat [partij 2] verantwoordelijk blijft voor het debiteurenbeheer. Als een debiteur de bij Floryn aangemelde vordering niet, althans niet binnen 45 dagen na de vervaldatum van de factuur, aan Floryn betaalt, dan moet het voorschot aan Floryn worden terugbetaald.
4.5.
[partij 2] heeft personeel geleverd voor het uitvoeren van werkzaamheden van [partij 5] aan het ziekenhuis in Weert, bij ASML in Veldhoven en bij een project in Gouda. Het contact tussen [partij 2] en [partij 5] verliep via een tussenpersoon, de heer [naam] .
4.6.
[partij 2] heeft facturen met een gezamenlijk bedrag van € 101.385,93 gestuurd aan [partij 5] , waarvan Floryn een bedrag van € 82.753,42 heeft voorgeschoten aan [partij 2] . Deze facturen zijn onbetaald gebleven en met ingang van 8 februari 2025 is sprake van een overschrijding van de termijn van 45 dagen na vervaldatum van de facturen.
4.7.
[partij 2] heeft [partij 5] bij brief van 12 februari 2025 gesommeerd tot betaling.
4.8.
Op 24 en 28 februari 2025 heeft debiteur Recruit4u B.V. rechtstreeks aan [partij 2] betaald. Het gaat om facturen die samen € 31.416,00 bedragen, waarvan een bedrag van € 27.979,33 door Floryn is voorgefinancierd.
4.9.
Per 3 maart 2025 is de eenmanszaak [partij 2] ingebracht in een vennootschap onder firma met dezelfde naam, [partij 2] . [partij 3] en [partij 4] zijn de huidige vennoten van deze vennootschap onder firma.
4.10.
Floryn heeft de factoringsovereenkomst opgezegd per 19 maart 2025.
4.11.
Op 25 maart 2025 heeft [partij 2] vof een bedrag van € 31.416,00 voldaan aan Floryn.
4.12.
Floryn heeft na daartoe verkregen verlof conservatoir beslag laten leggen ten laste van [partij 1] en [partij 2] vof.

5.Het geschil

in de hoofdzaak
5.1.
Floryn vordert – samengevat – na eiswijziging hoofdelijke veroordeling van [partijen] tot betaling van € 83.162,33, vermeerderd met handelsrente en proceskosten, inclusief beslagkosten.
5.2.
Floryn legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Op grond van de factoringsovereenkomst moet [partijen] de betaalde voorschotten terugbetalen als een debiteur niet binnen 45 dagen na de vervaldatum van de factuur heeft betaald. Floryn heeft € 82.753,42 voorgeschoten met betrekking tot debiteur [partij 5] , maar [partij 5] heeft nooit betaald. Verder heeft debiteur Recruit4u B.V. rechtstreeks betaald aan [partij 1] of [partij 2] in plaats van aan Floryn. [partij 1] of [partij 2] moet deze bedragen direct aan Floryn doorbetalen, maar heeft dat niet gedaan. [partij 1] verkeert op grond van de overeenkomst in verzuim. [partij 1] heeft zijn eenmanszaak ingebracht in een vennootschap onder firma. Floryn heeft de schuldoverneming door deze vennootschap onder firma geaccepteerd. Daardoor zijn ook de vennoten hoofdelijk aansprakelijk.
5.3.
[partijen] voert verweer. [partijen] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Floryn, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Floryn, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Floryn in de kosten van deze procedure.
5.4.
[partijen] voert het volgende aan. Ten aanzien van Recruit4u B.V. was afgesproken dat [partij 1] andere facturen kon uploaden ter dekking van dit bedrag. Die facturen heeft Floryn niet geaccepteerd. Uiteindelijk heeft [partijen] de facturen van Recruit4u B.V. aan Floryn voldaan. [partijen] heeft een incassobureau ingeschakeld om [partij 5] tot betaling te bewegen. Zij heeft daarmee voldaan aan haar verplichtingen uit de factoringovereenkomst. Doordat [partij 5] weigert de facturen te voldoen, is [partijen] in financiële problemen gekomen. Floryn heeft de beslagkosten zinloos gemaakt. Duidelijk was dat er nauwelijks tegoed op de rekening zou staan.
5.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in de vrijwaringszaak
5.6.
[partijen] vordert – samengevat – dat [partij 5] wordt veroordeeld om aan [partijen] te betalen al hetgeen waartoe [partijen] in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, inclusief de proceskosten van de hoofdzaak, met veroordeling van [partij 5] in de kosten van de vrijwaring.
5.7.
[partijen] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [partijen] heeft in opdracht van [partij 5] werkzaamheden verricht en heeft daarvoor facturen verstuurd. [partij 5] weigert deze facturen te betalen en schiet daarmee tekort in haar betalingsverplichting. Door deze tekortkoming is [partijen] in een positie gebracht dat zij wellicht de door Floryn voorgeschoten bedragen vermeerderd met rente en schadevergoeding moet (terug)betalen.
5.8.
[partij 5] voert verweer. [partij 5] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [partijen] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [partijen] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [partijen] in de kosten van deze procedure. Voor zover de rechtbank enig onderdeel van de vordering toewijsbaar acht, verzoekt [partij 5] om een substantiële matiging van het bedrag.
5.9.
[partij 5] voert het volgende aan. [partij 5] betwist de juistheid van de facturen. [partijen] heeft een exorbitant aantal uren in rekening gebracht. Een deugdelijke onderbouwing ontbreekt. Toewijzing van de vorderingen zou betekenen dat [partij 5] haar faillissement moet aanvragen. Floryn heeft eigen schuld aan deze situatie. Had zij de facturen door [partij 5] laten controleren, dan had zij nooit een financiering van deze omvang verstrekt aan [partijen]
5.10.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

6.De beoordeling

in de hoofdzaak en in de vrijwaring
Rechtsmacht en toepasselijk recht
6.1.
Omdat [partij 1] in Spanje woont, heeft deze zaak een internationaal aspect. De rechtbank moet daarom nagaan of zij bevoegd is van deze zaak kennis te nemen en welk recht van toepassing is. In de hoofdzaak is deze rechtbank bevoegd op grond van artikel 4 in Pro samenhang met artikel 8 lid 1 Brussel Pro I Bis. [1] De overige gedaagden hebben namelijk hun woonplaats in Nederland. In de vrijwaringszaak is de rechtbank bevoegd op grond van artikel 8 lid 2 Brussel Pro I Bis. In de hoofdzaak is Nederlands recht van toepassing op grond van artikel 3 Rome Pro I. [2] In de factoringsovereenkomst is gekozen voor Nederlands recht. [3] In de vrijwaringszaak is ook Nederlands recht van toepassing, op grond van artikel 4 Rome Pro I. Ten tijde van de feiten waar het in deze zaak over gaat, waren alle partijen gevestigd in Nederland.
in de hoofdzaak
De hoofdsom
6.2.
De grondslag van de vordering van Floryn is de factoringsovereenkomst. Niet ter discussie staat dat [partijen] op grond van de bepalingen uit deze overeenkomst ontvangen voorschotten moet terugbetalen als haar debiteur niet tijdig aan Floryn betaalt. Ook staat niet ter discussie dat [partijen] in totaal € 82.753,42 heeft ontvangen als voorschot op ingediende en onbetaald gebleven facturen van [partij 5] . [partijen] moet dit bedrag dus terugbetalen aan Floryn. Daarbij is niet relevant dat [partijen] een incassokantoor heeft ingeschakeld om [partij 5] te bewegen tot betaling. Feit blijft dat [partij 5] niet heeft betaald.
6.3.
Floryn heeft daarnaast onbetwist gesteld dat [partijen] op 24 en 28 februari 2025 opgeteld € 31.416,00 rechtstreeks heeft ontvangen van Recruit4u B.V., terwijl Recruit4u B.V. aan Floryn had moeten betalen. Floryn heeft een bedrag van € 27.979,33 voorgeschoten voor deze debiteur. [partijen] had deze bedragen op grond van de factoringovereenkomst direct moeten doorbetalen aan Floryn, maar heeft dat niet gedaan. Uiteindelijk heeft [partijen] op 25 maart 2025 € 31.416,00 betaald aan Floryn. In de dagvaarding was deze betaling niet meegenomen in de vordering van Floryn. Floryn heeft haar eis gewijzigd en heeft daarin deze betaling wel meegenomen. Volgens haar heeft zij – rekening houdend met deze betaling – nog € 83.162,33 te vorderen van [partijen] . [partijen] heeft geen verweer gevoerd tegen de eiswijziging en de berekening van het resterende bedrag.
De wettelijke (handels)rente
6.4.
Floryn vordert primair de wettelijke handelsrente van artikel 6:119a Burgerlijk Wetboek (BW) over het openstaande bedrag. De wettelijke handelsrente heeft echter alleen betrekking op de geldelijke tegenprestatie voor geleverde goederen of diensten, oftewel de primaire betalingsverplichting uit de handelsovereenkomst. Floryn heeft niet onderbouwd waarom de wettelijke handelsrente van toepassing is op haar vordering tot terugbetaling van het door haar voorgefinancierde bedrag. Om die reden zal de primair gevorderde wettelijke handelsrente worden afgewezen. De subsidiair gevorderde wettelijke rente van artikel 6:119 BW Pro zal worden toegewezen, nu hier geen verweer tegen is gevoerd.
6.5.
In het gevorderde bedrag van € 83.162,33 zit een bedrag van € 1.567,96 aan wettelijke handelsrente tot 8 april 2025 dat, gelet op het bovenstaande, niet toewijsbaar is. Omdat Floryn onvoldoende heeft gesteld hoe de wettelijke rente over het openstaande bedrag – gelet op de betaling op 25 maart 2025 en de verschillende gestelde data van verzuim – dient te worden berekend, zal de rechtbank een bedrag van € 81.594,37 toewijzen. De wettelijke rente zal worden toegewezen over dit bedrag vanaf 8 april 2025.
Hoofdelijkheid
6.6.
Floryn stelt dat zij de factoringsovereenkomst heeft gesloten met de eenmanszaak [partij 1] , dat [partij 1] zijn eenmanszaak heeft ingebracht in de vennootschap onder firma [partij 2] en dat Floryn heeft ingestemd met schuldoverneming door de [partij 2] vof per 20 maart 2025. Op grond hiervan zijn de gedaagden volgens Floryn hoofdelijk aansprakelijk. [partijen] heeft dit niet betwist. Gedaagden zullen daarom hoofdelijk worden veroordeeld tot betaling. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
Beslag- en proceskosten
6.7.
Floryn vordert [partijen] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. [partijen] stelt dat deze kosten onnodig zijn gemaakt, omdat duidelijk was dat beslag op de rekeningen zinloos is omdat er nauwelijks tegoed aanwezig is. Volgens [partijen] kon Floryn dit weten door de non-betaling van [partij 5] . Dit verweer slaagt niet. Het enkele feit dat het beslag geen doel heeft getroffen, maakt het beslag nog niet onnodig. Het stond Floryn vrij om eventuele verhaalsmogelijkheden veilig te stellen. Het enkele feit dat [partij 5] [partijen] niet had betaald, betekent niet dat Floryn kon weten dat er nauwelijks tegoed aanwezig was. De vordering is gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv Pro toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op € 1.089,31 voor kosten deurwaardersexploten, € 714,00 voor griffierecht en € 1.290,00 voor salaris advocaat (1,0 punt(en) × € 1.290,00), totaal € 3.093,31.
6.8.
[partijen] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van Floryn betalen. De proceskosten van Floryn worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
358,20
- griffierecht
6.147,00
- salaris advocaat
2.580,00
(2 punten × € 1.290,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
9.274,20
6.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in de vrijwaringszaak
De facturen
6.10.
[partijen] heeft [partij 5] in vrijwaring gedagvaard met de stelling dat [partijen] de voorschotten aan Floryn moet terugbetalen, omdat [partij 5] zonder geldige reden de facturen niet betaalt voor de werkzaamheden die [partijen] voor [partij 5] heeft verricht. [partij 5] betwist niet dat [partijen] werkzaamheden voor haar heeft verricht en evenmin dat [partij 5] de gestelde facturen niet heeft betaald. [partij 5] stelt dat zij de facturen niet heeft betaald, omdat deze niet kloppen. Volgens haar zijn de uren die [partijen] in rekening heeft gebracht exorbitant en dient [partijen] deze te onderbouwen.
6.11.
Ter zitting heeft de heer [naam] , die als tussenpersoon fungeerde, uitgelegd hoe de facturen zijn opgesteld en de uren zijn berekend. Volgens [naam] werd gewerkt met een bouwpas waarmee het bouwterrein kon worden betreden. De bouwpas is persoonlijk op naam van degene die werkt. Geregistreerd wordt wanneer het bouwterrein betreden en weer verlaten wordt. Op basis van een administratie van deze uren, stelde [naam] de facturen op. Daarnaast had hij wekelijks contact met [partij 5] hoeveel uren men kon werken. Als er gewerkt werd op basis van vierkante meters, dan werden deze vierkante meters vastgesteld door iemand van SRBA, de opdrachtgever van [partij 5] . [naam] heeft daarnaast gewezen op een WhatsApp-gesprek waarin deze vierkante meters door [partij 5] werden bevestigd. [4]
6.12.
[partij 5] heeft hier alleen tegenin gebracht dat zij begin 2025 met haar boekhouder samen is gaan zitten, omdat er een verschil was tussen de facturen en haar aanneemsom met [opdrachtgever] . Toen heeft zij de facturen betwist. [partij 5] heeft verklaard dat zij de gegevens van de bouwpas nog heeft opgevraagd bij de hoofdaannemers, maar dat deze de gegevens niet hebben verstrekt in verband met de privacy.
6.13.
Deze betwisting van de facturen van [partij 5] – enkel gebaseerd op de stelling dat de facturen niet kunnen kloppen gelet op de door haar met haar opdrachtgever aangenomen som – is gelet op de onderbouwing van de facturen gegeven ter zitting, onvoldoende. Dat er sprake zou zijn van exorbitante uren is niet, althans onvoldoende gebleken.
6.14.
Omdat de betwisting van [partij 5] niet slaagt, staat vast dat zij de facturen van [partijen] had moeten betalen. [partij 5] is daarin tekortgeschoten waardoor [partijen] de voorschotten aan Floryn vermeerderd met rente en kosten moet (terug)betalen. De vordering van [partijen] in vrijwaring is daarom in beginsel toewijsbaar.
Eigen schuld verweer
6.15.
[partij 5] stelt dat Floryn eigen schuld heeft doordat zij de bij haar ingediende facturen heeft geaccepteerd zonder deze door [partij 5] te laten controleren. [partij 5] verzoekt daarom om een substantiële matiging. Dit verweer slaagt niet. Toepassing van artikel 6:101 BW Pro leidt tot vermindering van een schadevergoedingsplicht. De vordering van Floryn ten opzichte van [partijen] in de hoofdzaak is geen schadevordering, maar gegrond op nakoming van de factoringsovereenkomst. Dit verweer had in de hoofdzaak daarom niet geleid tot een lagere veroordeling. In deze vrijwaringszaak kan eventuele eigen schuld van Floryn evenmin leiden tot matiging van de vordering van [partijen] op [partij 5] . In de vrijwaringszaak is immers niet Floryn, maar [partijen] de wederpartij van [partij 5] .
Proceskosten
6.16.
[partij 5] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [partijen] betalen. De proceskosten van [partijen] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- salaris advocaat
2.580,00
(2 punten × € 1.290,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.917,04

7.De beslissing

De rechtbank
in de hoofdzaak
7.1.
veroordeelt [partijen] hoofdelijk om aan Floryn te betalen een bedrag van € 81.594,37, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 8 april 2025, tot de dag van volledige betaling,
7.2.
veroordeelt [partijen] hoofdelijk in de beslagkosten, tot op heden vastgesteld op € 3.093,31, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na deze uitspraak tot de dag van volledige betaling,
7.3.
veroordeelt [partijen] hoofdelijk in de proceskosten van € 9.274,20, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [partijen] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
7.4.
veroordeelt [partijen] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
7.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
7.6.
wijst het meer of anders gevorderde af,
in de vrijwaringszaak
7.7.
veroordeelt [partij 5] aan [partijen] te betalen al hetgeen waartoe [partijen] in de hoofdzaak jegens Floryn is veroordeeld, waaronder de proceskosten van de hoofdzaak waarin [partijen] is veroordeeld, aan de zijde van Floryn begroot op € 9.274,20,
7.8.
veroordeelt [partij 5] in de proceskosten van € 2.917,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [partij 5] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
7.9.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Hermans en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.

Voetnoten

1.Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).
2.Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I).
3.Productie 3 bij dagvaarding Floryn, bladzijde 10.
4.Nagezonden productie 7 van [partijen] .