ECLI:NL:RBZWB:2026:2287
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken ingebrekestelling kindgebonden budget afgewezen
Opposante heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 10 februari 2023 over het kindgebonden budget voor de jaren 2004 tot en met 2015. De rechtbank heeft dit beroep op 10 oktober 2025 niet-ontvankelijk verklaard omdat opposante geen ingebrekestelling had gestuurd die betrekking had op dit bezwaar.
In het verzet betoogt opposante dat zij wel een ingebrekestelling heeft verzonden, maar kan zij hiervan geen bewijs overleggen. Verweerder erkent een ingebrekestelling te hebben ontvangen op 28 augustus 2024, maar stelt dat deze betrekking had op een andere kwestie, namelijk de kinderopvangtoeslag.
De rechtbank oordeelt dat de bewijslast bij opposante ligt om aannemelijk te maken dat zij een ingebrekestelling heeft gestuurd die betrekking heeft op het bezwaar over het kindgebonden budget. Omdat zij geen bewijs heeft geleverd en de ontvangen ingebrekestelling door verweerder op een andere kwestie ziet, wordt het verzet ongegrond verklaard. De uitspraak van 10 oktober 2025 blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft in stand.