Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , opgemaakt in de wettelijke vorm door de politie Amsterdam, opgenomen op pagina 1-2 van het proces-verbaal met nummer 2025163812, genummerd 1 t/m 32 (
- het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt in de wettelijke vorm door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van de politie Amsterdam, opgenomen op pagina 4-5 van het voornoemd proces-verbaal met nummer 2025163812;
- het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , opgenomen in een los proces-verbaal in het dossier, genummerd PL1300-2025163812-14;
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 13 maart 2026.
- het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] van de politie-eenheid Amsterdam, opgenomen in een los proces-verbaal in het dossier genummerd PL1300-2025163812-14;
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 13 maart 2026.
op 3 juli 2025 te Amsterdam, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door
- een cobra 6, en een explosieve lading voor de toegangsdeur van een pand gelegen aan [adres] te plaatsen en vervolgens
- die cobra 6, en die explosieve lading tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd pand en de in voornoemd pand aanwezige goederen en de naastliggende woningen en/of panden te duchten was;
op 3 juli 2025 te Amsterdam, een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie,
te weten een geïmproviseerde explosieve constructie (IED) zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing voorhanden heeft gehad;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
.De benadeelde partij is zonder aanleiding geconfronteerd met een vuurwerkbom die voor haar woning is gelegd. De ontploffing en de daaropvolgende brand hebben tot schade geleid waardoor ook herstelwerkzaamheden noodzakelijk waren. Het ligt voor de hand dat bij benadeelde angst is ontstaan en dat zij zich daarna niet veilig voelt in haar huis. Het feit dat de benadeelde en haar partner ten tijde van de ontploffing en brand niet in de woning aanwezig waren, doet hier niet aan af. Gelet op alle omstandigheden en rekening houdend met wat in soortgelijke zaken wordt toegekend, acht de rechtbank een bedrag van € 1.000,- billijk en daarom tot dit bedrag toewijsbaar. De rechtbank zal de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaren zodat verdachte dit deel bij de burgerlijke rechter kan voorleggen.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een jeugddetentie van 32 (tweeëndertig) dagen, waarvan 30 (dertig) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarden:
van rechtswege de volgende voorwaardengelden:
taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uur;
vervangende jeugddetentie wordt toegepast van 60 (zestig) dagen;
hij op of omstreeks 3 juli 2025 te Amsterdam, in elk geval in Nederland opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door
- een cobra 6, enig explosief (middel) en/of een explosieve lading voor de toegangsdeur van een pand gelegen aan [adres] aan te brengen en/of te plaatsen en/of (vervolgens)
- die cobra 6, althans dat explosie(f)(v)(e) (middel) en/of die explosieve lading tot ontploffing te brengen en/of laten brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor voornoemd pand en/of de in voornoemd pand
aanwezige goederen en/of de omliggende/naastliggende woningen en/of panden in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor personen die zich op het moment van de ontploffing in de nabijheid en/of de (naastgelegen) omgeving van de plek waar de ontploffing plaatsvond bevonden, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen die zich op het moment van de ontploffing in de nabijheid en/of de (naast gelegen) omgeving van de plek waar de ontploffing plaatsvond bevonden, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;
( art 157 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 157 ahf Pro/sub 2 Wetboek van