ECLI:NL:RBZWB:2026:2302
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Proces-verbaal
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen weigering openbaarmaking communicatie omgevingsvergunning bomenkap
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen, waarin zijn verzoek om openbaarmaking van communicatie over de vergunningprocedure voor het kappen van drie bomen gedeeltelijk werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 19 maart 2026, waarbij eiser aanwezig was en het college afwezig.
De rechtbank oordeelde dat het college ten onrechte de weigeringsgrond van artikel 5.2, eerste lid, van de Wet open overheid (Woo) heeft ingeroepen voor passages in documenten 2 en 15. Deze passages betreffen e-mailwisselingen tussen het college en de vergunningaanvrager, waardoor geen sprake is van intern beraad binnen een bestuursorgaan. Het college had deze passages daarom openbaar moeten maken.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat het college niet had gemotiveerd of ondanks een weigeringsgrond toch gegevens verstrekt konden worden op grond van artikel 5.5 Woo. Dit had echter geen gevolgen omdat het beroep reeds gegrond was op de eerste grond. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de openbaarmaking van de passages betrof en bepaalde dat het college deze binnen twee weken alsnog openbaar moet maken. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt verplicht de zwartgelakte passages binnen twee weken openbaar te maken.