ECLI:NL:RBZWB:2026:2320

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
29 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444578
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Triest
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 lid 1 BWArt. 1:260 BWArt. 1:247 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling wegens zelfbepalend gedrag en schoolverzuim minderjarige

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 26 februari 2026 besloten tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige tot 6 september 2026. De minderjarige vertoont sterk zelfbepalend gedrag en kampt met schoolverzuim, wat haar ontwikkeling ernstig bedreigt. De gecertificeerde instelling (GI) heeft een verzoek ingediend om de ondertoezichtstelling te verlengen, mede vanwege de noodzaak van passende hulpverlening en het ontbreken van voldoende actieve betrokkenheid van de vader.

Tijdens de zitting zijn de ouders en een vertegenwoordiger van de GI gehoord. De moeder staat positief tegenover het verlengingsverzoek en ervaart de hulpverlening als noodzakelijk en effectief. De vader erkent de noodzaak van hulp, maar speelt geen actieve rol, ondanks dat hij het gezag heeft. De minderjarige woont bij de moeder en heeft moeite met het behouden van een ritme en het volgen van school, wat haar sociale ontwikkeling belemmert.

De kinderrechter stelt vast dat de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling zijn vervuld, omdat de minderjarige ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd en de hulpverlening in het vrijwillige kader onvoldoende zal zijn. De GI moet de komende periode onderzoeken hoe vaste contactmomenten tussen vader en minderjarige kunnen worden gerealiseerd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de hulpverlening ononderbroken kan doorgaan.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt met zes maanden verlengd vanwege bedreigde ontwikkeling en noodzakelijke hulpverlening.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444578 / JE RK 26-182
Datum uitspraak: 26 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,
locatie Etten-Leur,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 29 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 26 februari 2026. Daarbij waren aanwezig en zijn gehoord:
- de vader;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. Zij heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 6 maart 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 6 maart 2025 tot 6 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden.
3.2.
De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.Het standpunt van de GI

4.1.
Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. Er zijn stappen gezet door de inzet van MST bij de moeder thuis. Ook is de schoolgang van [minderjarige] is opgebouwd, maar zij gaat nog niet structureel naar school. Eigenlijk zit zij nu zelfs weer volledig thuis. Er wordt gekeken of het mogelijk is om dagbesteding te combineren met school. Dat hangt af van de uitkomst van het onderzoek van de Viersprong naar de eventuele kind-eigenproblematiek van [minderjarige] (ontwikkelingsanamnese en intelligentieonderzoek). Zij heeft moeite met slapen en het behouden van een ritme. [minderjarige] zoekt de ruimte tussen de regels bij haar ouders op en beweegt daartussen. Als ze het niet mee eens is met een van de ouders blokkeert ze die ouder en gaat ze naar de andere ouder om verhaal te halen. Zij vindt haar huidige school te groot en er zijn teveel prikkels voor haar daar. Ze wil dus naar een andere school. Op dit moment is er weinig perspectief voor [minderjarige] op school, omdat het al duidelijk is dat zij het jaar niet zal gaan halen. De GI kan zich voorstellen dat dit de situatie niet bevordert.
In de komende periode wil de GI de focus leggen het onderzoek van De Viersprong en het onderzoeken van de mogelijkheden op het gebied van school en dagbesteding van [minderjarige] . De GI heeft geïnformeerd bij verschillende organisaties. Het MST-traject zal in maart worden afgesloten. Het FFT-traject van de Viersprong blijft wel lopen. De ouders werken goed mee en zijn bereid aan zichzelf te werken in het belang van [minderjarige] . De moeder accepteert de hulpverlening. De GI moet betrokkenen wel regelmatig aansturen. Zo heeft het enige tijd geduurd voordat de vader op gesprek is geweest bij de Viersprong. Het is belangrijk dat de GI het overzicht houdt. Er komt best veel op [minderjarige] , de moeder en de vader af qua hulpverlening. De GI maakt zich zorgen dat de positieve ontwikkeling niet zal doorzetten als er nu al een overdracht komt naar het vrijwillig kader. De Viersprong heeft ook uitgesproken dat zij vinden dat de moeder op dit moment nog echt de ondersteuning van de GI nodig heeft.
[minderjarige] heeft aangegeven wel structureel contact met haar vader te willen. Ook de GI vindt het wenselijk als er een vast contactmoment komt. De komende periode zal de GI dat willen onderzoeken samen met de vader.

5.De standpunten van belanghebbenden

5.1.
Door de moeder is, samengevat, naar voren gebracht dat zij zich kan vinden in het verzoek. De moeder heeft de ervaring dat er via de GI sneller geschakeld kan worden dan via de gemeente en dat er in een vrijwillig kader waarschijnlijk langere wachttijden zullen zijn. De moeder heeft het MST-traject als prettig ervaren. Zij waren de eerste die hebben gekeken naar [minderjarige] en niet alleen naar de problematiek van de moeder. Nu dit traject afloopt is het van belang dat wordt onderzocht welke dagbesteding of school bij [minderjarige] past en welke hulpverlening nog moet worden ingezet. De moeder vindt het prettig dat er daarin iemand meedenkt. Er is in dit traject ook een kinderpsychiater betrokken. [minderjarige] krijgt medicatie waardoor haar dag- en nachtritme is hersteld. Daardoor kunnen er weer afspraken met haar worden gemaakt. De moeder vindt het een goed idee om een vast contactmoment tussen de vader en [minderjarige] af te spreken. Op die manier hoeft hij ook niet 48 uur van tevoren aan te geven wanneer hij met [minderjarige] wil afspreken.
De moeder heeft aangegeven dat [minderjarige] niet naar het kindgesprek is gekomen omdat zij het spannend vond om in gesprek te gaan met de kinderrechter en dat zij niet wist of haar oudere zus mee mocht, omdat zij net 18 jaar is geworden.
5.2.
Door de vader is, samengevat, het volgende naar voren gebracht. De vader vindt het goed als de ondertoezichtstelling wordt verlengd. [minderjarige] en de moeder hebben de hulp nodig die geboden wordt. De vader denkt dat als weer sprake zou zijn van een vrijwillig kader, de druk weg zal zijn, waardoor het weer mis loopt.
Het contact tussen de vader en [minderjarige] verliep tot vorige week goed. De vader heeft toen geweigerd geld over te maken voor nieuwe kleding, waarna [minderjarige] hem heeft geblokkeerd.
De vader zou het liefst [minderjarige] vaker zien. Hij geeft aan dat hij meerdere keren heeft geprobeerd afspraken te maken met [minderjarige] , maar dat zij haar afspraken niet nakomt of afzegt. Spontaan afspreken kan niet, omdat er 48 uur van tevoren moet worden aangegeven wanneer zij elkaar willen zien.

6.De beoordeling

Wettelijk kader
6.1.
Op grond van artikel 1:260 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW Pro is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
6.2.
Ingevolge het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 BW Pro kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en;
de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat zijn te dragen.
Inhoudelijke beoordeling
Naar aanleiding van de overgelegde stukken en hetgeen er tijdens de zitting is besproken, is de kinderrechter van oordeel dat er aan de voorwaarden voor de verlenging van de ondertoezichtstelling wordt voldaan. Er bestaan nog steeds veel zorgen over [minderjarige] . Zij vertoont sterk zelfbepalend gedrag en er is sprake van schoolverzuim. Voor iemand van de leeftijd van [minderjarige] is het heel belangrijk om naar school te gaan. Dat bepaalt de rest van haar levensloop. Ook is het belangrijk voor haar sociale contacten. Het contact tussen de moeder en de vader verloopt niet zoals het gewenst is voor [minderjarige] . [minderjarige] beweegt zich tussen de afspraken van haar ouders en probeert daarbinnen de grenzen op te zoeken. [minderjarige] lijkt zich niets meer aan te trekken van wat de volwassenen om haar heen zeggen dat er moet gebeuren. Het contact tussen [minderjarige] en de vader vindt niet op een vast moment plaats. Dit zou wel in het belang van [minderjarige] zijn. Zij weet dan waar zij aan toe is en wat er van haar wordt verwacht. De GI zal de komende periode moeten onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor het vaststellen van vaste contactmomenten met de vader. De kinderrechter vindt de situatie in het gezinssysteem en het gedrag van [minderjarige] zorgelijk. Deze zorgen maken dat [minderjarige] ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Het MST-traject is in de afrondende fase en de bedoeling van de GI is om aansluitend FFT in te zetten. In het MST-traject zijn goede stappen gezet, maar het is nog niet voldoende. De kinderrechter merkt op dat het vreemd is dat er nu pas gekeken wordt of sprake is van kind-eigenproblematiek bij [minderjarige] , terwijl er al jaren hulpverlening wordt ingezet in de thuissituatie bij de moeder. De GI dient de komende periode in te zetten op het zoeken van een passende hulpverlening aan de hand van de uitkomsten van het onderzoek van de Viersprong naar de kindeigen problematiek van [minderjarige] . De verwachting is dat deze hulpverlening niet goed van de grond zal komen als deze in het vrijwillig kader plaats moet vinden. Bovendien zou dat betekenen dat er opnieuw lange wachttijden zullen zijn, terwijl het juist wenselijk is dat er snel de juiste hulpverlening wordt ingezet als de resultaten van het onderzoek van de Viersprong bekend zijn. [minderjarige] loopt nu immers vast in haar ontwikkeling. Hulpverlening in het vrijwillige kader zal bovendien niet goed van de grond komen omdat de vader van [minderjarige] volgens de GI onvoldoende meewerkt. Hij kan en wil geen actieve rol vervullen en heeft geen ruimte voor [minderjarige] en haar zus. De vader heeft echter wel het gezag over [minderjarige] en dat betekent dat hij betrokken moet zijn, ook al wil hij dit niet. Ook deze omstandigheid maakt het gedwongen kader van een ondertoezichtstelling nodig. Het voorgaande maakt dat de kinderrechter het verzoek van de GI zal toewijzen.
Uitvoerbaar bij voorraad
6.3.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. De kinderrechter vindt het in het belang van [minderjarige] dat de GI betrokken blijft.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 6 maart 2026 tot 6 september 2026;
7.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 26 februari 2026 door mr. Van Triest, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Ham als griffier, en op schrift gesteld op 13 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.