ECLI:NL:RBZWB:2026:2327

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
C/02/444628 / JE RK 26-197
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Gessel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling van minderjarige kinderen wegens complexe scheidingssituatie en spanningen tussen ouders

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 27 februari 2026 een beschikking gegeven tot ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2015 en 2016, vanwege ernstige bedreiging van hun ontwikkeling door de complexe scheidingssituatie van hun ouders.

De ouders zijn gescheiden en oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. De kinderen wonen bij de moeder. Er is een contactverbod opgelegd aan de vader ten opzichte van de moeder tot september 2027, terwijl er wel contact is tussen vader en kinderen. De spanningen tussen de ouders en het gedrag van de vader, waaronder het sturen van zorgwekkende berichten en het vroegtijdig stoppen van hulpverlening, leiden tot zorgen over de opvoedingssituatie en de emotionele belasting van de kinderen.

De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling Stichting Jeugdbescherming Brabant ondersteunen het verzoek tot ondertoezichtstelling. De vader is het niet eens met het verzoek, maar geeft aan medewerking te zullen verlenen indien de ondertoezichtstelling wordt uitgesproken.

De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke voorwaarden voor ondertoezichtstelling is voldaan, omdat de ontwikkeling van de kinderen ernstig wordt bedreigd en vrijwillige hulpverlening onvoldoende is gebleken. De beschikking wordt voor de duur van één jaar gegeven en is direct uitvoerbaar bij voorraad. De beslissing is op 16 maart 2026 schriftelijk vastgelegd.

Uitkomst: De rechtbank stelt de minderjarige kinderen onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant voor de duur van één jaar en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444628 / JE RK 26-197
Datum uitspraak: 27 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
Zeeland-West-Brabant, Breda,
hierna te noemen de Raad,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2015 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 1] ,
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling
Stichting Jeugdbescherming Brabant,
hierna te noemen de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 30 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 27 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uitgenodigd voor een gesprek. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben aangegeven geen gesprek te willen met de kinderrechter.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn gedurende het huwelijk van de ouders geboren.
2.2.
Het huwelijk van de ouders is door echtscheiding ontbonden.
2.3.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] .
2.4.
[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van één jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De Raad heeft ter toelichting op het verzoek naar voren gebracht dat er sprake is van een zeer complexe scheidingssituatie. Er wordt uitvoering gegeven aan een contactregeling tussen de man en de kinderen, maar tegelijkertijd is aan de vader een contactverbod opgelegd met de moeder dat van kracht is tot september 2027. De moeder heeft ook een Awareknop gekregen. Over het algemeen ontwikkelen de kinderen zich goed. Zij zijn echter verschillende keren getuige geweest van incidenten tussen hun ouders en zij ondervinden structureel last van de spanningen tussen hun ouders. Er zijn zorgen over het handelen door de vader. Door de gezinsmanager wordt aangegeven dat de opvoedingssituatie bij de vader kenmerken heeft van onvoorspelbaarheid, escalatiepatronen en een gebrek aan zelfreflectie en regievermogen. Ook stuurt hij zorgwekkende berichten aan de moeder. Zij is angstig voor toekomstige escalaties en dat de vader de daad bij het woord voegt. Ook heeft de vader naar de Raad aangegeven dat de moeder zich oprecht zorgen moet maken als zij de kinderen van hem afpakt. De Raad is bezorgd dat de vader onvoldoende in staat is hulp in te schakelen om de complexe scheidingssituatie te veranderen. Hij lijkt nog veel woede en frustratie te hebben over het beëindigen van de relatie door de moeder. Hulpverlening in het vrijwillige kader is onvoldoende van de grond gekomen. Er zijn verschillende vormen van hulpverlening door de vader vroegtijdig stopgezet en voor de inzet van een traject van KIES is het nodig geweest om hiervoor vervangende toestemming te krijgen van de rechtbank omdat de vader zijn toestemming weigerde. Er dient voorts gewerkt te gaan worden aan solo parallel ouderschap om de spanningen tussen de ouders te verminderen. Ook is het van belang dat de vader hulpverlening gaat accepteren en dat hij niet langer beslissingen zal belemmeren. Mocht hij zijn houding op dit punt niet gaan veranderen dan ligt volgens de Raad mogelijk een gezagswijziging in de toekomst in het verschiet. Voordat dit zover is, dient in het kader van de ondertoezichtstelling eerst aan het bovenstaande gewerkt te worden. Verder is het van belang dat er opvoedingsondersteuning bij de vader zal worden ingezet zodat hij beter kan aansluiten bij de ontwikkelingsbehoeften van de kinderen.
4.2.
De moeder heeft aangegeven dat zij achter de bevindingen van de Raad staat. Zij vindt het jammer dat het zo is gelopen. Zij had gehoopt dat de vader eerder was ingestapt in de hulpverlening in het vrijwillige kader. Dan was een ondertoezichtstelling niet nodig geweest. Er moet iets volgens de moeder gebeuren om rust voor de kinderen te creëren.
4.3.
De vader heeft naar voren gebracht dat hij het niet eens is met het verzoek van de Raad. Er is volgens hem nooit agressie of iets dergelijks geweest. Hij is het nog steeds niet eens met het KIES-traject. Volgens hem hebben de kinderen daar niets aan. De vader heeft aangegeven dat het heel erg goed gaat met de kinderen als zij bij hem zijn. Hij ervaart geen problemen. De vader stelt altijd in het belang van de kinderen te handelen. Als er een ondertoezichtstelling wordt uitgesproken dan zal hij daaraan zijn medewerking verlenen. Hij heeft dan geen keuze.
4.4.
Namens de GI is aangegeven dat zij achter het verzoek staan van de Raad. Ook tijdens de mondelinge behandeling is de dynamiek tussen de ouders duidelijk te zien en voelbaar. De ouders staan anders in de situatie en het is nodig dat er hulp gaat komen. De kinderen worden in de huidige situatie te veel belast en zij staan letterlijk tussen hun ouders in. Naast de ondersteuning aan de ouders is het van belang dat ook de kinderen een stem krijgen in het geheel zonder dat zij moeten kiezen tussen hun ouders. De GI heeft wel aangegeven dat in verband met de wachtlijst het naar verwachting nog maanden gaat duren voordat een vaste jeugdbeschermer wordt gekoppeld.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste Pro lid BW een minderjarige onder toezicht stellen van een GI wanneer die minderjarig zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(s) die het gezag uitoefenen, niet of onvoldoende door hen worden geaccepteerd, en
b. de verwachting gerechtvaardigd zijn dat de ouder(s) die het gezag uitoefenen de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbare termijn.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt ernstig bedreigd, omdat er grote zorgen zijn over de huidige situatie. Er is sprake van een zeer complexe scheidingssituatie waarbij de vader een contactverbod heeft opgelegd gekregen. Hoewel de vader stelt dat er geen sprake is geweest van agressie, wordt een dergelijk contactverbod niet zomaar opgelegd. Er zijn ook veel zorgen over de kinderen. Zij hebben contact met hun vader in het kader van de zorgregeling zonder dat hun ouders contact met elkaar mogen hebben. Dit maakt het voor de kinderen heel ingewikkeld en zij worden belast met de spanningen tussen hun ouders. De situatie vraagt zowel van de kinderen als de ouders veel. De kinderrechter deelt de zorgen van de Raad dat de vader geen probleeminzicht heeft en geen blijk geeft van enige zelfreflectie. Het is belangrijk dat de GI op dit punt zal inzetten en wellicht dat de vader hierin meer uitleg en begeleiding nodig heeft. Ook is het helpend als deze begeleiding kan worden geboden door iemand die de vader vertrouwd. Dit zal lastig zijn voor de vader, maar er zal op dit punt iets moeten gaan veranderen. De kinderrechter wijst de vader er dan ook op dat het van belang is dat hij zal gaan meewerken. Zijn aandeel is belangrijk om de situatie te stabiliseren en niet verder te laten escaleren. Daarnaast moet er hulp komen voor de kinderen en voor de moeder om om te gaan met deze situatie. Gelet op de wachtlijst bij de GI gaat de rechtbank er wel vanuit dat de zaken die wel geregeld kunnen worden, zoals de contacten met de school, wel worden uitgezet. Hulpverlening in het vrijwillige kader is ontoereikend gebleken en een ondertoezichtstelling zal nodig zijn om de noodzakelijke hulpverlening in te zetten en de regie te voeren.
5.3.
De doelen, zoals beschreven in het rapport van de Raad, waaraan in ieder geval in het kader van de ondertoezichtstelling gewerkt dienen te worden zijn:
  • De kinderen hebben een positief en ontspannen contact met beide ouders.
  • De kinderen ervaren rust en ontspanning in hun opvoedingssituatie, waarbij zij ervaren dat hun behoeften ook gezien worden door ouders (o.a. over het contact met beide ouders).
  • De kinderen hebben voldoende vertrouwen in zichzelf en anderen, waarbij zij in staat zijn om hulp te vragen bij moeilijkheden.
  • Het ouderschapsplan is duidelijk voor beide ouders en openstaande punten die beide ouders of de kinderen graag aangepast zien, worden opnieuw vastgelegd.
  • Er zijn heldere en haalbare afspraken over de frequentie, de wijze waarop en onderwerpen waarover ouders met elkaar dienen te communiceren vanaf het moment dat het contactverbod van vader is geëindigd en beide ouders houden zich hieraan.
  • De ouders hebben voldoende vaardigheden (geleerd) om zich te houden aan de afspraken die gemaakt zijn over de onderlinge contacten en de contacten met de kinderen. De vader heeft inzicht in wat zijn handelen teweegbrengt bij de moeder en de kinderen.
5.4.
Gelet op het voorgaande wordt het verzoek toegewezen. De kinderrechter stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht voor de duur van één jaar.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 27 februari 2026 tot 27 februari 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026 door mr. Van Gessel, kinderrechter, in aanwezigheid van Boink als griffier, en op schrift gesteld op 16 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.