Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2328

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
C/02/445094 / FA RK 26-825
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • De Kroon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging voor betrokkene met psychische stoornis voor negen maanden

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 5 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1993, die lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en neurobiologische ontwikkelingsstoornissen. Betrokkene gaf aan het goed te gaan en stelde voor de machtiging te beperken tot zes maanden, met het oog op afbouw van medicatie en het verkrijgen van meer regie over zijn leven.

De behandelaar stelde dat betrokkene onvoldoende ziekte-inzicht heeft en dat recent een medicatiewijziging is doorgevoerd, waarvoor een stabiel beeld pas na ongeveer een jaar kan worden verwacht. De advocaat benadrukte dat betrokkene het onder depotmedicatie goed doet en vroeg om een beperking van de machtiging tot zes of maximaal negen maanden.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn stoornis, waaronder psychische schade, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid. Vrijwillige zorg is niet mogelijk vanwege wisselende acceptatie van medicatie. Verplichte zorg is noodzakelijk, waaronder medicatietoediening, medische controles en beperkingen in de vrijheid om contact met het FACT-team te waarborgen. Minder bezwarende alternatieven ontbreken. De machtiging wordt daarom verleend voor de duur van negen maanden, tot 5 december 2026.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor negen maanden aan betrokkene wegens ernstig nadeel en noodzaak van verplichte zorg.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/445094 / FA RK 26-825
Datum uitspraak: 5 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
advocaat mr. C.G. Matze uit Breda.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 16 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 maart 2026 op de locatie van de [accommodatie] – kantoor FACT – aan [adres] te [woonplaats] . Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- Betrokkene (via beeldbellen), bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon] , regiebehandelaar;
  • de vader van betrokkene (via beeldbellen). Hij is echter niet gehoord.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 11 maart 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het goed met hem gaat. Volgens betrokkene dateert zijn laatste opname inmiddels van zo’n 4 à 5 jaar geleden. Betrokkene verklaart tevreden te zijn over de zorg in Nederland, maar vindt zichzelf niet zo goed passen bij de mede-patiënten op de FACT-locatie aan [adres] . Betrokkene kan zich voorstellen dat nog een zorgmachtiging wordt verleend, maar voor de beperkte duur van zes maanden. Betrokkene zou in elk geval graag de kans willen gaan krijgen om te bewijzen dat het daarna met hem goed zal blijven gaan zonder verplichte zorg. Daarbij zou betrokkene de medicatie met zijn behandelend psychiater in de komende periode alvast willen afbouwen.
4.2.
De behandelaar verklaart, samengevat, dat betrokkene over onvoldoende ziekte-inzicht en ziektebesef beschikt en dat hij zich ten aanzien van het accepteren van de benodigde medicatie altijd wisselend heeft opgesteld. Vrij onlangs is bij betrokkene een medicatie wijziging toegepast. Het protocol schrijft voor dat wanneer een medicatiewissel wordt doorgevoerd, zo’n jaar nodig zal zijn om daarna te mogen spreken van een stabiel beeld. Daarvoor acht de behandelaar het dus nog te vroeg. In het komende jaar zal alsnog bekeken kunnen worden of voortaan zonder een zorgmachtiging kan worden volstaan.
4.3.
De advocaat voert, samengevat, aan dat betrokkene het onder diens depotmedicatie al jarenlang erg goed doet. De advocaat begrijpt de protocollen. Dit neemt volgens de advocaat niet weg dat vooraleerst in juridische zin moet worden beoordeeld of een aansluitende zorgmachtiging gerechtvaardigd is. De komende periode wil betrokkene benutten om in overleg met zijn behandelend psychater te bekijken of en in hoeverre diens medicatie kan worden afgebouwd. Daarbij zal betrokkene in mei 2026 starten met psycho-educatie. Naar de mening van de advocaat dient betrokkene in elk geval beloond te worden, dat hij het al zo lang goed doet. In samenwerking met het FACT-team dient betrokkene weer meer de regie over zijn eigen leven te krijgen. Dat alles zo zijnde verzoekt de advocaat primair om de zorgmachtiging in duur te beperken tot zes maanden. Een beperking van de machtiging tot negen maanden acht de advocaat daarbij nog aanvaardbaar. Meer subsidiair refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent een zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en/of neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen).
De stoornis is door of namens betrokkene niet betwist.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Het ernstig nadeel is door of namens betrokkene evenmin betwist.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat betrokkene in de afgelopen jaren een wisselende houding heeft laten zien ten aanzien van het wel of niet accepteren van de benodigde zorg, waaronder medicatie. Zonder verplichte zorg is er een gerede kans aanwezig dat betrokkene de benodigde zorg weer zal stopzetten, met het ontstaan van ernstig nadeel tot gevolg. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten.
Nu de behandelaar heeft aangegeven dat “het toedienen van vocht en voeding” en “het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening” niet benodigd zijn als verplichte zorg, zullen deze vormen van verplichte zorg worden afgewezen.
Ten aanzien van de verplichte vorm van zorg “het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten” overweegt de rechtbank, dat deze er op ziet dat betrokkene contact zal moeten blijven onderhouden met het ambulante FACT-team. De frequentie van deze contacten zal op geleide van het toestandsbeeld van betrokkene worden bepaald.
5.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
5.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal daarom worden verleend. Met de advocaat constateert de rechtbank dat betrokkene inmiddels al geruime periode stabiel is. Eind vorig jaar is bij betrokkene een medicatie wijziging doorgevoerd. Dit brengt met zich dat over zo’n negen maanden meer duidelijk zou moeten zijn of bij betrokkene sprake is van een bestendig stabiel beeld. De rechtbank ziet hierin aanleiding om de te verlenen machtiging in duur te beperken tot negen maanden zoals primair verzocht door de advocaat.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6. staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 december 2026;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2026 door mr. De Kroon, rechter, in aanwezigheid van Van Dongen, griffier en op schrift gesteld op 12 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.