ECLI:NL:RBZWB:2026:2339

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
C/02/443734 / JE RK 26-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Van Gessel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 807 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervanging gecertificeerde instelling bij ondertoezichtstelling minderjarige

De zaak betreft een verzoek tot vervanging van de gecertificeerde instelling (GI) die belast is met de ondertoezichtstelling van een minderjarige geboren in 2024. De huidige GI, Jeugdbescherming Brabant (JBB), voert de ondertoezichtstelling uit, maar verzoekt om vervanging door de William Schrikker Stichting (WSS).

De reden voor het verzoek is dat de samenwerking met JBB wordt bemoeilijkt doordat de grootvader van de minderjarige aan de vaderszijde in het verleden bij JBB heeft gewerkt, wat de uitvoering van de ondertoezichtstelling belemmert. Daarnaast is de vader licht verstandelijk beperkt en is WSS een landelijk werkende GI, wat passend wordt geacht gezien de verhuizing van de moeder naar een andere provincie.

De moeder, belast met het ouderlijk gezag, heeft geen bezwaar tegen de vervanging, hoewel zij aangeeft tot nu toe weinig contact en ondersteuning van JBB te hebben ervaren. De WSS bevestigt dat er geen wachttijd is voor het aanwijzen van een jeugdbeschermer en dat de zaak na overdracht kan worden opgepakt.

De kinderrechter verklaart zich bevoegd ondanks dat de moeder niet in het arrondissement woont, na instemming van de belanghebbenden. Gezien de bemoeilijkte samenwerking en het belang van continuïteit, wordt het verzoek toegewezen en wordt JBB vervangen door WSS. De beslissing is op 27 februari 2026 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter Van Gessel.

Uitkomst: De kinderrechter wijst het verzoek tot vervanging van de gecertificeerde instelling toe en vervangt Jeugdbescherming Brabant door William Schrikker Stichting.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/02/443734 / JE RK 26-24
Datum uitspraak: 27 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over de vervanging van de gecertificeerde instelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Jeugdbescherming Brabant,
gevestigd te Etten-Leur,
hierna te noemen JBB,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. N.P.C.C. Langenberg uit Breda.
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen WSS.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 7 januari 2026;
  • het bericht van de griffier aan de GI’s en de advocaat van de moeder;
  • het bericht van de advocaat van de moeder van 23 februari 2026;
  • het bericht van JBB van 25 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de advocaat van de moeder;
  • een vertegenwoordiger van de JBB;
  • een vertegenwoordiger van de WSS, via een videoverbinding MS Teams.
De moeder is niet verschenen. Haar advocaat heeft haar standpunt namens haar naar voren gebracht.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 maart 2026 [minderjarige] onder toezicht gesteld van JBB tot 16 april 2026.

3.Het verzoek

3.1.
JBB verzoekt de kinderrechter om JBB, die de ondertoezichtstelling uitvoert, te vervangen door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
JBB heeft ter toelichting op het verzoek naar voren gebracht de grootvader (biologisch vaderszijde) in het verleden werkzaam is geweest bij JBB en een collega is geweest van veel jeugdbeschermers. Hierdoor wordt de uitvoering van de ondertoezichtstelling bemoeilijkt. Omdat de vader een licht verstandelijke beperking heeft, is de WSS bovendien een passende gecertificeerde instelling om de ondertoezichtstelling uit te voeren. Bovendien is de moeder verhuisd naar een andere provincie en de WSS is een landelijk werkende gecertificeerde instelling.
4.2.
De advocaat van de moeder heeft naar voren gebracht dat zij geen bezwaar heeft tegen toewijzing van het verzoek. Zij heeft wel aangegeven dat er tot op heden weinig contact is geweest met JBB en zij heeft nog niet veel ondersteuning ervaren van de hulp van JBB. Zij hoopt dat er verbetering komt in de samenwerking in het kader van de ondertoezichtstelling.
4.3.
Namens de WSS is aangegeven dat er geen wachttijd is voor het aanwijzen van de jeugdbeschermer. De zaak kan na de overdracht worden opgepakt.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank overweegt dat de moeder, ten tijde van het indienen van het verzoek, niet in het arrondissement van deze rechtbank woonachtig was waardoor ook de kinderrechter van deze rechtbank in beginsel niet bevoegd is kennis te nemen van het verzoek. Na uitdrukkelijke instemming van de belanghebbenden op dit punt heeft de kinderrechter zich alsnog bevoegd verklaard en de zaak verder in behandeling genomen.
5.2.
Op basis van de stukken en de zitting is naar het oordeel van de kinderrechter vast komen te staan dat JBB, de GI, die nu belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, moet worden vervangen door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. Gebleken is dat de samenwerking momenteel onnodig bemoeilijkt wordt, hetgeen niet in het belang van is van [minderjarige] . Bovendien is de WSS een landelijk werkende gecertificeerde instelling die, ook na een eventuele verhuizing van de moeder, betrokken kan blijven bij [minderjarige] .
5.3.
Het verzoek van JBB zal dan ook worden toegewezen.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
vervangt de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, gevestigd te Etten-Leur, door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2026 door mr. Van Gessel, kinderrechter, in aanwezigheid van Boink als griffier, en op schrift gesteld op 13 maart 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking staat geen hoger beroep open. [1]

Voetnoten

1.Artikel 807 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).