AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beëindiging Wajong-uitkering bij bereiken pensioengerechtigde leeftijd
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft de beëindiging van de Wajong-uitkering van eiser door het UWV vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd zoals bedoeld in de Algemene Ouderdomswet (AOW). Eiser ontving sinds 1994 een arbeidsongeschiktheidsuitkering en vanaf 2025 een AOW-uitkering. Het UWV beëindigde de Wajong-uitkering per de AOW-leeftijd, waarop eiser bezwaar maakte.
De rechtbank stelt vast dat het bezwaar tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk is verklaard wegens te late indiening, maar dat het UWV dit later corrigeerde met een gewijzigd besluit. Het beroep tegen het eerste besluit is daarom niet-ontvankelijk, terwijl het beroep tegen het gewijzigde besluit inhoudelijk is beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 3:19 vanPro de Wajong het recht op de uitkering dwingendrechtelijk eindigt bij het bereiken van de AOW-leeftijd. Het lagere bedrag van de AOW-uitkering ten opzichte van de Wajong-uitkering leidt niet tot een ander oordeel. Verwijzingen naar een internetartikel en klachten over de aanvraagprocedure zijn niet relevant voor de beoordeling van het besluit. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt aan eiser vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de beëindiging van de Wajong-uitkering wegens het bereiken van de AOW-leeftijd ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats: Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2248 Wajong
uitspraak van 30 maart 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Breda), verweerder.
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van eisers uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Eiser is het niet eens met deze beëindiging. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV terecht eisers Wajong-uitkering heeft beëindigd.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV terecht de Wajong-uitkering van eiser heeft beëindigd. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
Feiten en omstandigheden
2. Bij beslissing van 27 oktober 1994 werd aan eiser per 1 oktober 1976 een uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) verstrekt. Op 1 januari 1998 werd de AAW vervangen door de Wajong.
Eiser, geboren op [geboortedag] 1958, ontvangt vanaf [geboortedag] 2025 een uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW).
2.1.
Met het besluit van 18 november 2024 (primair besluit) heeft het UWV eisers Wajong-uitkering beëindigd per [geboortedag] 2025. Op 2 januari 2025 heeft eiser hiertegen bezwaar gemaakt.
2.2.
Met het besluit van 14 maart 2025 (bestreden besluit I) heeft het UWV het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij zijn bezwaar te laat heeft ingediend.
Procesverloop
3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit I.
3.1.
Het UWV heeft een verweerschrift ingediend.
3.2.
Het UWV heeft op 23 februari 2026 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen over eisers recht op een Wajong-uitkering (bestreden besluit II). Op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft het beroep van eiser mede betrekking op dit besluit.
3.4.
De rechtbank heeft het beroep op 13 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser (middels een digitale videoverbinding) en mr. M. Duric namens het UWV.
Beoordeling door de rechtbank
Wettelijk kader
4. De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Standpunt UWV
5. Met het primaire besluit heeft het UWV de Wajong-uitkering van eiser per [geboortedag] 2025 beëindigd, omdat hij vanaf die datum een AOW-uitkering ontvangt.
5.1.
Met het bestreden besluit I heeft het UWV het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij zijn bezwaar te laat heeft ingediend.
5.2.
Met het bestreden besluit II heeft het UWV overwogen dat het bezwaar van eiser ten onrechte kennelijk niet-ontvankelijk is verklaard en dat het bezwaarschrift in behandeling had moeten worden genomen. Inhoudelijk heeft het UWV overwogen dat op grond van artikel la:6 van de Wajong de Wajong-uitkering van rechtswege eindigt op het moment dat eiser de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt, te weten [geboortedag] 2025. Het UWV is gehouden deze bepaling toe te passen. Het UWV is daarom van mening dat het primaire besluit inhoudelijk op een juiste wettelijke grondslag berust.
Standpunt eiser
6. Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat hij wel tijdig bezwaar heeft gemaakt.
Daarnaast heeft eiser aangevoerd dat de AOW-uitkering die hij ontvangt is vastgesteld op € 715,09 per maand. Dit is de helft van de Wajong-uitkering die eiser ontving. Eiser is van mening dat aan hem een levenslange Wajong-uitkering dient te worden toegekend, omdat hij aan alle criteria daarvoor voldoet.
In reactie op het bestreden besluit II heeft eiser een artikel getiteld ‘Krijg ik levenslang Wajong-uitkering bij onveranderde situatie?’ overgelegd. Daarin wordt genoemd dat de Wajong-uitkering in theorie levenslang kan zijn als iemand duurzaam en volledig arbeidsongeschikt is.
Verder heeft eiser naar voren gebracht dat het UWV eiser en zijn gezin bij zijn aanvraag voor een Wajong-uitkering niet heeft bijgestaan en zich niet bevoegd achtte. Eiser is hierdoor door een hel gegaan. Dit heeft ook de nodige lichamelijke en medische klachten teweeggebracht.
Overwegingen rechtbank
7. De rechtbank stelt vast dat het bestreden besluit I is gewijzigd met het bestreden besluit II. Omdat het bestreden besluit II in de plaats komt van het bestreden besluit I, heeft eiser geen belang meer bij een beoordeling van het bestreden besluit I. Het beroep tegen het bestreden besluit I is niet-ontvankelijk. Wel bestaat daarin reden voor vergoeding van het griffierecht.
De rechtbank beoordeelt het bestreden besluit II.
8. De rechtbank stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat eiser op [geboortedag] 2025 de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt als bedoeld in de AOW.
8.1.
Omdat eiser al vóór 2010 een Wajong-uitkering ontving, is op hem hoofdstuk 3 van de Wajong van toepassing. Op grond van artikel 3:19, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wajong eindigt het recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering met ingang van de dag waarop de jonggehandicapte de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in de AOW bereikt.
8.2.
De rechtbank stelt vast dat voorgenoemd artikel 3:19, eerste lid, van de Wajong dwingendrechtelijk is geformuleerd. Dit wil zeggen dat het UWV gehouden was om de Wajong-uitkering van eiser te beëindiging met ingang van de dag waarop hij de pensioengerechtelijke leeftijd bereikte, te weten [geboortedag] 2025. Nu het UWV in beginsel geen ruimte heeft om hiervan af te wijken, kan het door eiser aangevoerde dat de AOW (aanzienlijk) lager is dan de Wajong-uitkering niet tot een ander oordeel leiden. Dit is namelijk een gevolg dat de wetgever heeft bedoeld en voorzien.
De verwijzing van eiser naar het internetartikel ‘Krijg ik levenslang Wajong-uitkering bij onveranderde situatie?’, leidt ook niet tot een ander oordeel. De informatie in dit artikel is niet in overstemming met voorgenoemde wettelijke bepaling. Eiser kan hieraan dan ook geen rechten ontlenen. De rechtbank merkt daarbij op dat deze informatie niet afkomstig is van het UWV of de wetgever.
Tot slot overweegt de rechtbank dat wat eiser heeft aangevoerd over (de gevolgen van) de destijds gevoerde aanvraagprocedure niet bij de beoordeling van het bestreden besluit II kan worden betrokken. Hiervoor dient eiser zich eventueel met een klacht tot het UWV te wenden.
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen het bestreden besluit I. Het beroep is ongegrond voor zover gericht tegen het bestreden besluit II.
9.1.
Omdat het UWV in beroep een gewijzigd besluit heeft genomen, krijgt eiser het griffierecht terug. Niet gebleken is van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep tegen het bestreden besluit I niet-ontvankelijk;
verklaart het beroep tegen het bestreden besluit II ongegrond;
bepaalt dat het UWV het door eiser betaalde griffierecht van € 53,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Snoeks, rechter, in aanwezigheid van C.M.A. Groenendaal, griffier, op 30 maart 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Bijlage wettelijk kader
Wajong
Hoofdstuk 3. Arbeidsongeschiktheidsvoorziening voor jonggehandicapten ingestroomd voor 2010
Artikel 3:19. Einde van het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering
1. Het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering eindigt:
a. met ingang van de dag waarop de jonggehandicapte de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, bereikt;
(…)
AOW
Artikel 7a
1. De pensioengerechtigde leeftijd en de aanvangsleeftijd zijn: