Op 30 maart 2026 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het veroorzaken van een ontploffing bij een woning en het bedreigen van twee personen op 27 september 2023.
Tijdens de zittingen op 12 en 16 maart 2026 hebben zowel de officier van justitie als de verdediging hun standpunten kenbaar gemaakt. De officier van justitie achtte de ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen en verzocht om vrijspraak. De verdediging was het hiermee eens.
De rechtbank volgde dit standpunt en sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. Daarnaast werd een inbeslaggenomen pepperspray onttrokken aan het verkeer. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen tot schadevergoeding, omdat de feiten niet bewezen waren. De rechtbank wees erop dat deze vorderingen bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht.
De beslissing is gebaseerd op de artikelen 36b en 36d van het Wetboek van Strafrecht. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank, bestaande uit drie rechters, en uitgesproken in een openbare zitting.