ECLI:NL:RBZWB:2026:235

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
BRE 25/36
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Besluit proceskosten bestuursrechtArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen uitspraak over proceskostenvergoeding in belastingzaak

Belanghebbende heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 8 september 2025, waarin het beroep wegens het niet tijdig nemen van een uitspraak op bezwaar gegrond werd verklaard, maar waarbij ten onrechte geen proceskostenvergoeding werd toegekend.

De rechtbank heeft het verzet op 11 december 2025 behandeld, waarbij de gemachtigde van belanghebbende aanwezig was en de inspecteur niet. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of er aanleiding is voor vergoeding van kosten door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

De rechtbank oordeelt dat het verzet gegrond is omdat in de eerdere uitspraak ten onrechte geen proceskostenvergoeding is toegekend. De rechtbank bepaalt dat de inspecteur het griffierecht en de proceskosten voor de beroepsprocedure en de verzetprocedure aan belanghebbende moet vergoeden, respectievelijk € 467,- en € 233,50.

De uitspraak van 8 september 2025 wordt gehandhaafd en aangevuld met deze proceskostenveroordeling. De rechtbank benadrukt dat de verzetprocedure eenvoudig en van gering gewicht was, wat tot uitdrukking komt in de toegepaste wegingsfactoren.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de uitspraak van 8 september 2025 wordt aangevuld met een proceskostenvergoeding aan belanghebbende.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/36

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 januari 2026 op het verzet van

[belanghebbende] , uit [plaats] (Spanje), belanghebbende

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
tegen de uitspraak van de rechtbank van 8 september 2025 in het geding tussen
belanghebbende
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzet van belanghebbende gaat over de uitspraak van de rechtbank van 8 september 2025 waarin de rechtbank het beroep van belanghebbende wegens het niet tijdig nemen van een uitspraak op bezwaar gegrond heeft verklaard.
2. De rechtbank heeft het verzet op 11 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft gemachtigde deelgenomen. Namens de inspecteur is, met bericht van verhindering, niemand verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 8 september 2025 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel [1] is dat het beroep gegrond is. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet.
4. Belanghebbende voert aan dat er onterecht geen proceskostenvergoeding is toegekend, omdat belanghebbende daar niet om had verzocht.
5. De rechtbank komt tot het oordeel dat het verzet gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
6. De rechtbank beoordeelt ambtshalve of er aanleiding is voor vergoeding van kosten door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, onderdeel a van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank heeft in de buiten-zittinguitspraak dan ook ten onrechte geen proceskostenvergoeding toegekend, omdat een daartoe strekkend verzoek niet zou zijn gedaan. Het verzet is gegrond.
7. De rechtbank zal alsnog aanvullend bepalen dat de inspecteur het griffierecht en proceskosten aan belanghebbende dient te vergoeden voor de beroepsprocedure, aangezien het beroep gegrond is verklaard. De proceskosten stelt de rechtbank vast op € 467 [2] omdat de gemachtigde van belanghebbende een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er in beroep geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Conclusie en gevolgen

8. Uit de beoordeling van de grond van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 8 september 2025 ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend. Het verzet is gegrond. De rechtbank zal de uitspraak van 8 september 2025 aanvullen en alsnog een proceskostenvergoeding toekennen.
9. De rechtbank veroordeelt de inspecteur in de door belanghebbende gemaakte proceskosten voor de verzetprocedure. Deze kosten stelt de rechtbank op vast op € 233,50 [3] . De rechtbank hanteert een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) gelet op de eenvoud en het geringe gewicht van de verzetprocedure alsmede de geringe werkbelasting van gemachtigde.

Beslissing

De rechtbank
 verklaart het verzet gegrond;
 handhaaft de uitspraak van 8 september 2025 en vult deze als volgt aan;
 bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 53,- aan belanghebbende moet vergoeden;
 veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor de beroepsprocedure tot een bedrag van € 467,-;
 veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende in verzet tot een bedrag van € 233,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van
mr.W. Dekkers, griffier op 21 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Beroep

Tegen de uitspraak op het verzoek kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.
Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.1 punt van € 934 voor het indienen van een beroepschrift en een wegingsfactor 0,5 (licht).
3.0,5 punt voor het indienen van het verzetschrift en 0,5 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,25.