Op 27 september 2023 zou verdachte samen met anderen een ontploffing hebben veroorzaakt bij een woning en daarbij gevaar voor goederen hebben veroorzaakt. Tevens werd verdachte beschuldigd van bedreiging van twee personen. De zaak is inhoudelijk behandeld op 12 en 16 maart 2026.
De officier van justitie achtte de ten laste gelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen en verzocht om vrijspraak. De verdediging was het hiermee eens. De rechtbank volgde dit standpunt en sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten zonder nadere motivering.
De benadeelde partijen vorderden schadevergoedingen, maar aangezien verdachte werd vrijgesproken, verklaarde de rechtbank hen niet-ontvankelijk in hun vorderingen en verwees hen naar de burgerlijke rechter. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partijen in de kosten van verdachte, die tot nu toe nihil waren.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Middelburg op 30 maart 2026.