ECLI:NL:RBZWB:2026:2353
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar en afwijzing verzoek ambtshalve vermindering aanslag IB/PVV 2018
Belanghebbende, woonachtig in België sinds september 2018, diende geen aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) in over 2018. De inspecteur stelde daarom een aanslag vast op basis van een geschat verzamelinkomen van €150.000, inclusief een verzuimboete en rente. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag, maar dit bezwaar werd door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om ambtshalve vermindering afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat het te laat is ingediend, zelfs rekening houdend met de door belanghebbende gestelde latere datum van ontvangst. De slechte postbezorging in België vormt geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding. Daarnaast heeft belanghebbende onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld om aannemelijk te maken dat de aanslag te hoog is vastgesteld, waardoor het verzoek om ambtshalve vermindering terecht is afgewezen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de uitspraken op bezwaar in stand blijven. Belanghebbende krijgt geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J.H. Bogert en griffier S. Panah en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om ambtshalve vermindering is afgewezen wegens te late indiening en gebrek aan onderbouwing.