Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:236

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
23/11065 Wajong
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:72 AwbWet langdurige zorg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Recht op Wajong-uitkering wegens duurzaam ontbreken arbeidsvermogen

Eiseres heeft in 2016 en opnieuw in 2021 een aanvraag gedaan voor een Wajong-uitkering, die door het UWV werd afgewezen op grond van het oordeel dat zij op de aanvraagdatum arbeidsvermogen had. De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het laatste besluit behandeld en beoordeeld aan de hand van een volledige heroverweging.

De verzekeringsarts b&b stelde dat eiseres op de aanvraagdatum in 2021 over arbeidsvermogen beschikte, ondanks haar psychische en rugklachten. Eiseres betoogde dat haar beperkingen duurzaam zijn, onderbouwd met medische gegevens over haar schizofrenie en langdurige psychiatrische opnames. De rechtbank concludeerde dat de overwegingen van de verzekeringsarts te algemeen waren en onvoldoende maatwerk boden voor de situatie van eiseres.

Gezien de langdurige en ernstige psychische problematiek, de beschermde woonomgeving en de medische rapportages acht de rechtbank het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, kende eiseres recht toe op een Wajong-uitkering met ingang van 28 juni 2016 en veroordeelde het UWV tot vergoeding van griffierecht, proceskosten en wettelijke rente.

Uitkomst: Eiseres krijgt met terugwerkende kracht recht op een Wajong-uitkering wegens duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats: Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 23/11065 Wajong

uitspraak van 20 januari 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[bewindvoerder 1] en [bewindvoerder 2] in hun hoedanigheid van bewindvoerders over de goederen van

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,

(gemachtigde: mr. F. Ergec),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Breda), verweerder
(gemachtigde: mr. M.B.A. van Grinsven).

Inleiding

1.1
Eiseres, geboren op [datum] 1996 (18e verjaardag= [datum] 2014) heeft op 28 juni 2016 een aanvraag gedaan voor een Wajong-uitkering. Daarbij is onder meer aangegeven dat zij psychoses en een verslaving heeft, opgenomen is bij Emergis en in 2013 en 2015 vanwege psychoses ook opgenomen is geweest. Met een besluit van 10 oktober 2016 heeft het UWV de aanvraag afgewezen. Daarbij is aangegeven dat eiseres op dat moment geen arbeidsvermogen heeft. Het UWV verwachtte echter dat eiseres in de toekomst mogelijk wel arbeidsvermogen heeft.
1.2
Op 25 maart 2021 heeft eiseres nogmaals een aanvraag gedaan voor een Wajong-uitkering. Met het besluit van 1 december 2021 (primair besluit) heeft het UWV geweigerd om een Wajong-uitkering toe te kennen.
1.3
Met het besluit van 19 oktober 2023 (bestreden besluit) is het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
1.4
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.5
Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.6
De rechtbank heeft het beroep op 2 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde, [bewindvoerder 1] , ambulant verpleegkundige [naam] en de gemachtigde van het UWV.

Beoordeling door de rechtbank

Grondslag van het bestreden besluit
2. Aan het bestreden besluit ligt een medisch onderzoek van een verzekeringsarts bezwaar en beroep (verzekeringsarts b&b) ten grondslag.
3. Op 10 juli 2023 heeft een hoorzitting plaatsgevonden waarbij de verzekeringsarts b&b aanwezig was. Eiseres is niet verschenen omdat zij was opgenomen bij Emergis. De verzekeringsarts b&b heeft op 9 oktober 2023 gerapporteerd dat terecht is gesteld dat eiseres op 25 maart 2021 over arbeidsvermogen beschikt. Er zijn beperkingen vastgesteld die passen bij de aandoeningen van eiseres, te weten psychische problematiek en rugproblematiek. Zij is aangewezen op fysiek lichte, rug sparende arbeid. Er is ook rekening gehouden met het feit dat eiseres verminderd stressbestendig is door de psychische problematiek. Er is niet gebleken dat sprake is van een voortdurende psychose.
Er is volgens de verzekeringsarts b&b ook geen sprake van duurzaamheid van beperkingen. Er zijn behandelmogelijkheden voor de psychische problematiek, namelijk medicatie, therapie en/of opname. Voor de rugproblematiek is therapie en een operatie mogelijk. Bij eiseres wordt verbetering in het eerste jaar verwacht bij adequate therapie. Herstel na een rugoperatie zal plaatsvinden waarna met therapie en/of revalidatie de functionele mogelijkheden zullen toenemen. Bij behandeling van een psychose zal de belastbaarheid ook verbeteren.
Uit de informatie van psychiater van 13 september 2023 blijkt dat eiseres sinds november 2022 via de crisisdienst is opgenomen vanwege een psychotische ontregeling. De diagnose schizofrenie is vastgesteld. Schizofrenie valt onder de psychotische stoornissen. Bij schizofrenie zijn de symptomen zes maanden lang aanwezig. Bij eiseres was eerder een psychotische stoornis vastgesteld, met daarbij een cannabis verslaving. Ook als de diagnose schizofrenie eerder was vastgesteld, dan was er geen aanleiding om aan te nemen dat de beperkingen duurzaam zijn. Weliswaar is het beloop bij de specifieke classificatie schizofrenie wat ongunstiger, maar herstel en verbetering is mogelijk. Tussen de 10 en 15% van de patiënten herstelt volledig wat betreft symptomen en functioneren en ongeveer 16% houdt chronische klachten met beperkingen in functioneren. Alle beloopvormen daartussenin, zoals een enkele terugval en daarna goed functioneren tot regelmatig terugkerende psychotische episodes met daartussen periodes van remissie komen voor.
Er is volgens de verzekeringsarts b&b geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden om aan te nemen dat het besluit van 10 oktober 2016 onjuist was. Er is ook geen reden om aan te nemen dat het besluit van 10 oktober 2016 evident onjuist was.
Standpunt eiseres
4. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat het UWV ten onrechte heeft overwogen dat er geen reden is om terug te komen van het besluit van 10 oktober 2016. Volgens eiseres kan vastgesteld worden dat haar beperkingen duurzaam zijn. Er is medische informatie overgelegd waaruit blijkt dat de psychoses van terugkerende aard zijn en eiseres blijvend belasten. De schizofrenie die is vastgesteld, valt onder de psychotische stoornissen. Gezien de duur van de beperkingen en het feit dat eiseres al geruime tijd te kampen heeft met deze beperkingen, vallen de overwegingen van de verzekeringsarts b&b niet aan te merken als maatwerk in de situatie van eiseres. Er wordt teruggegrepen op algemene informatie over de diagnose, zonder te kijken naar wat dit betekent voor de situatie van eiseres. Zij kan met haar diagnoses niet functioneren. Eiseres meent dan ook dat zij in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering. Subsidiair meent zij dat een deskundige benoemd moet worden.
Standpunt UWV in reactie op het beroep van eiseres
5. Het UWV heeft zich op het standpunt gesteld dat in het beroepschrift geen nieuwe feiten of omstandigheden worden vermeld. Er zijn geen medische gegevens overgelegd waaruit blijkt dat haar medische beperkingen onjuist zijn vastgesteld. Een beoordeling van de duurzaamheid per 25 maart 2021 is vooralsnog niet aan de orde. Haar medische situatie is verbeterd. Er zijn geen chronische beperkingen in het functioneren van eiseres gebleken. De verzekeringsarts b&b heeft ook opgemerkt dat het beloop bij schizofrenie wat ongunstiger is, maar herstel en verbetering van de belastbaarheid is mogelijk.
Overwegingen rechtbank
6. Hoewel het UWV zich op het standpunt heeft gesteld dat er geen sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden om terug te komen op het besluit van 10 oktober 2016, volgt uit de besluitvorming dat het UWV een volledige heroverweging heeft gemaakt. Dat blijkt uit het feit dat de verzekeringsarts b&b (onder meer) heeft beoordeeld of het ontbreken van arbeidsvermogen bij eiseres duurzaam te achten is. Een duurzaamheidsbeoordeling per 25 maart 2021 is immers niet aan de orde, zoals het UWV zelf ook stelt, aangezien het standpunt van het UWV is dat er op die datum sprake is van arbeidsvermogen. Dit betekent dat de rechtbank het bestreden besluit dient te toetsen aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden als ware dat een eerste besluit op haar aanvraag om een Wajong-uitkering.
7. Uit de stukken volgt dat eiseres in 2013, 2015, 2016, 2017, 2019, 2022 en 2023 (langdurig) opgenomen is geweest vanwege psychoses. In een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 april 2016 betreffende machtiging tot voortgezet verblijf van eiseres in een psychiatrisch ziekenhuis is onder meer opgenomen dat eiseres een psychotische stoornis heeft, dat er bij haar sprake is van cognitief verval en cluster b problematiek en dat de stoornis eiseres gevaar doet veroorzaken. Het gevaar bestaat er vooral in dat eiseres maatschappelijk te gronde gaat. Naar aanleiding van een aanvraag beoordeling medische urenbeperking van een gemeente heeft een verzekeringsarts van het UWV in 2017 gesteld dat bij eiseres sprake is van ernstige psychiatrische problematiek. In een brief van Emergis van 13 september 2023 is aangegeven dat bij eiseres de diagnose schizofrenie is gesteld en dat zij erg kwetsbaar blijft. Ter zitting is gebleken dat eiseres inmiddels beschermd woont op basis van een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). De Wlz is er voor mensen met een chronische ziekte of beperking die blijvend 24 uur per dag toezicht of zorg nodig hebben. Gelet op het voorgaande moet naar het oordeel van de rechtbank ervan uit worden gegaan dat het ontbreken van arbeidsvermogen in het geval van eiseres duurzaam is te achten. Voor zover door de verzekeringsarts b&b is gesteld dat voor de psychische problematiek van eiseres behandeling mogelijk is en dat de belastbaarheid dan zal verbeteren, is voor de rechtbank niet duidelijk geworden op welke behandeling wordt gedoeld en waarop het standpunt dat de belastbaarheid dan zal verbeteren, is gebaseerd. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de overwegingen van de verzekeringsarts b&b te algemeen en in het geheel niet toegespitst op de situatie van eiseres.

Conclusie en gevolgen

8. De rechtbank komt tot de conclusie dat arbeidsvermogen bij eiseres ontbreekt en dat dit in het geval van eiseres duurzaam is te achten. Zij dient dan ook als jonggehandicapte te worden aangemerkt.
9. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank neemt met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) nu zelf een beslissing en bepaalt dat eiseres recht heeft op een Wajong-uitkering met ingang van 28 juni 2016 (datum eerste aanvraag). Het primaire besluit zal worden herroepen.
10. Het verzoek van eiseres om het UWV te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering wordt toegewezen. Voor de wijze waarop het UWV de rente dient te berekenen, wordt verwezen naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 25 januari 2012 (ECLI:NL:CRVB:2012:BV1958).
11. Omdat het beroep gegrond is, moet het UWV het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres een vergoeding voor haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De gemachtigde van eiseres heeft een bezwaarschrift ingediend, de hoorzitting bijgewoond, een beroepschrift ingediend en aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. In bezwaar heeft elke proceshandeling een waarde van € 666,-. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal
€ 3.200,-.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • herroept het primaire besluit en bepaalt dat eiseres met ingang van 28 juni 2016 recht heeft op een Wajong-uitkering;
  • bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 50,- aan eiseres moet vergoeden;
  • veroordeelt het UWV tot betaling van € 3.200,- aan proceskosten aan eiseres;
  • veroordeelt het UWV tot vergoeding van wettelijke rente als bepaald in rechtsoverweging 10.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier, op 20 januari 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.