Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
[koper] heeft echter aangevoerd dat hij op zijn gemak mocht betalen en dat hij niet onder druk zou worden gezet. [koper] doet daarmee een beroep op een afwijkende afspraak. [koper] heeft niet gesteld en onderbouwd wat die afwijkende afspraak concreet inhoudt. Daardoor heeft hij niet aan zijn stelplicht voldaan en komt de afwijkende afspraak niet vast te staan. Bovendien is het zo dat hoe dan ook de vordering op enig moment moet worden betaald. [verkoper] heeft na zo’n vier maanden een aanmaning gestuurd en vervolgens weer ruim vier maanden later de dagvaarding aanhangig gemaakt. De kantonrechter is van oordeel dat [verkoper] daarmee geen onredelijke termijn heeft gehanteerd voor het opeisen van de vordering. Dus zelfs als wel was komen vast te staan dat was afgesproken dat [koper] op zijn gemak mocht betalen, dan was de vordering inmiddels opeisbaar geworden. Het verweer van [koper] slaagt dan ook niet, waardoor vaststaat dat de vordering opeisbaar is.