ECLI:NL:RBZWB:2026:2368

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
C/02/446381 / HA RK 26-55 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verschoning
Rechters
  • ing. Peters
  • Leppens
  • Sterk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 40 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verschoningsverzoek rechter wegens persoonlijke relatie met partij

In deze zaak heeft een rechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant een verzoek tot verschoning ingediend omdat zij een persoonlijke relatie heeft met een van de partijen in de hoofdzaak. De rechter en de partij zijn samen opgegroeid in hetzelfde dorp en hebben meerdere jaren samen in de klas gezeten, waardoor de rechter zich niet meer voldoende vrij voelt om onpartijdig te oordelen.

De verschoningskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 40 en Pro 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, die bepalen dat rechters zich kunnen verschonen bij feiten of omstandigheden die de onpartijdigheid kunnen schaden. De kamer benadrukt dat onpartijdigheid niet alleen subjectief moet zijn, maar ook objectief moet worden gewaarborgd, waarbij ook de schijn van partijdigheid meeweegt.

Gezien de persoonlijke band tussen de rechter en de partij acht de kamer de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd. Daarom wordt het verzoek tot verschoning toegewezen en wordt bepaald dat de hoofdzaak door een andere rechter wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevindt. De beslissing is genomen in raadkamer en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen vanwege een persoonlijke relatie met een partij, waardoor de hoofdzaak door een andere rechter wordt voortgezet.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Verschoningskamer
Locatie: Breda
Procedurenummer: C/02/446381 / HA RK 26-55
beslissing van 26 maart 2026
in de zaak van
mr. Vriends
rechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant
hierna: de rechter
belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk 441125 FA RK 25-5434 van
[persoon 1]
gemachtigde: mr. N.P.C.C. Langenberg,
tegen
[persoon 2].

1.De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van de rechter van 24 maart 2026.
1.2
Er heeft geen mondelinge behandeling van het verschoningsverzoek plaatsgevonden.

2.Het verschoningsverzoek

2.1
De rechter heeft het volgende aan haar verschoningsverzoek ten grondslag gelegd. De eisende partij in de hoofdzaak is samen met haar opgegroeid in hetzelfde dorp, heeft meerdere jaren bij haar in de klas gezeten en was ook daarna nog een bekende van haar.

3.Het wettelijk kader

3.1
Op grond van artikel 40, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kan elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv Pro. Artikel 36 Rv Pro bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
4. De beoordeling
4.1
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters. Voorop staat dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, of dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is.
4.2
Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn wanneer bepaalde feiten en omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Dan dient de rechter zich van een beslissing in de zaak te onthouden, nu rechtzoekenden in het rechterlijk apparaat vertrouwen moeten kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn van partijdigheid of vooringenomenheid.
4.3
Uit het verschoningsverzoek van de rechter blijkt dat sprake is van zodanige omstandigheden dat zij zich daardoor niet meer voldoende vrij voelt om in de hoofdzaak te oordelen, aangezien zij één van de partijen van vroeger kent. De verschoningskamer ziet hierin, mede gelet op de onderbouwing van het verzoek, een genoegzame grond voor verschoning. De rechter heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de schijn kan bestaan dat het haar aan onpartijdigheid ontbreekt. Het verzoek zal daarom worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

5.De beslissing

De verschoningskamer:
5.1
wijst het verzoek tot verschoning toe;
5.2
bepaalt dat, met inachtneming van het toegewezen verzoek, het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat het verschoningsverzoek werd ingediend;
5.3
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
 de rechter;
 de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkzaam is;
 de partijen in de hoofdzaak.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 26 maart 2026 door mr. ing. Peters, rechter en voorzitter, en mr. Leppens en mr. Sterk, rechters, in aanwezigheid van mr. Hamans, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.