ECLI:NL:RBZWB:2026:237
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake aanvullend besluit Wet open overheid
Verzoeker heeft een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening te treffen die het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen zou verplichten een aanvullend besluit te nemen in het kader van een Woo-verzoek. De voorzieningenrechter beoordeelt dat de voorlopige voorzieningenprocedure bedoeld is om in afwachting van de hoofdzaak een tijdelijke maatregel te treffen, waarbij spoedeisendheid een cruciale rol speelt.
Verzoeker heeft aangevoerd dat zonder het aanvullende besluit het beroep niet volledig kan worden behandeld, dat uitstel leidt tot onnodige stapeling van procedures en dat de actualiteitswaarde van openbaarmaking afneemt. De voorzieningenrechter stelt vast dat het Woo-verzoek dateert van 25 september 2024 en dat de beroepsprocedure gepland staat voor 4 maart 2026. Gezien deze termijn is onvoldoende gebleken dat het spoedeisend belang zodanig is dat de voorlopige voorziening noodzakelijk is.
De overige argumenten van verzoeker betreffen de inhoud van de besluitvorming en kunnen tijdens de zitting in de hoofdzaak aan de orde komen. Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.