ECLI:NL:RBZWB:2026:2405
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens niet-betaling griffierecht
Verzoekster heeft op 2 januari 2026 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Voor dit verzoek was griffierecht van €54 verschuldigd. Op 7 januari 2026 is verzoekster per aangetekende brief verzocht het griffierecht binnen twee weken te voldoen, met de waarschuwing dat niet-betaling tot niet-ontvankelijkheid kan leiden.
De brief is op 9 januari 2026 aan verzoekster uitgereikt, waarmee zij naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende gelegenheid heeft gehad om het griffierecht te betalen. Uit de administratie van de rechtbank blijkt echter dat het griffierecht niet is ontvangen.
Op grond van artikel 8:82 lid 3 in Pro samenhang met artikel 8:41 lid 6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht wordt het verzoek daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.