Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2026:2438

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
C/02/444865 / FA RK 26-689
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij schizofreniespectrumstoornis

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 2 maart 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1977 in Nigeria. Betrokkene verzette zich tegen de machtiging en stelde dat zij niet ziek is en dat de GGZ haar positie en de zorgmachtiging misbruikt. Zij wilde geen medicatie gebruiken vanwege bijwerkingen en gaf aan geen problemen te hebben in haar buurt.

De psychiater verklaarde dat betrokkene lijdt aan een schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en dat het innemen van depotmedicatie verbetering bracht. Betrokkene weigerde echter soms medicatie, wat leidde tot ziekenhuisopnames onder politiebegeleiding. De advocaat van betrokkene voerde aan dat de diagnose onvoldoende rekening houdt met haar culturele achtergrond en dat het ernstig nadeel mager onderbouwd is.

De rechtbank oordeelde dat betrokkene daadwerkelijk lijdt aan een psychische stoornis en dat de medische verklaring en het zorgplan zorgvuldig zijn opgesteld. Er is sprake van ernstig nadeel, waaronder verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid. Vrijwillige zorg is niet mogelijk omdat betrokkene medicatie weigert en geen vertrouwen heeft in de GGZ. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk.

De rechtbank wees de zorgmachtiging toe voor de duur van twaalf maanden, inclusief medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven en de toegewezen zorgvormen zijn evenredig en effectief. De beschikking is op 2 maart 2026 mondeling gegeven en op 16 maart 2026 schriftelijk vastgesteld.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor twaalf maanden voor verplichte geestelijke gezondheidszorg aan betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444865 / FA RK 26-689
Datum uitspraak: 2 maart 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] , Nigeria
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats] ,
advocaat mr. C.A.M.J.M. Joosten uit Venlo.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 februari 2026;
  • het proces-verbaal van de zitting van 19 februari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 maart 2026 op het
woonadres van betrokkene. Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de heer [persoon] , psychiater.

2.Wat vaststaat

2.1.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 19 februari 2026.

3.Het verzoek

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor
de duur van twaalf maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat zij niet ziek is. Volgens haar misbruikt de GGZ niet alleen hun positie maar ook de zorgmachtiging. Betrokkene kan haar doel niet bereiken vanwege de zorgmachtiging en haar leven loopt gevaar als het in handen van de GGZ wordt gelegd. Voorts is betrokkene van mening dat zij de medicatie niet nodig heeft en ervaart zij bijwerkingen van deze medicatie. In de buurt gaat alles goed en heeft zij geen problemen met iemand. Daarnaast geeft betrokkene aan dat zij niet wil werken maar thuis wil blijven.
4.2.
De psychiater verklaart, samengevat, dat het de bedoeling is dat betrokkene haar medicatie blijft innemen. Vorig jaar is het een periode slechter gegaan doordat zij haar medicatie niet innam. Sinds het nemen van de depotmedicatie gaat het langzaam steeds beter en zijn er minder meldingen van overlast door de buurt. Betrokkene is rustiger in het contact. Af en toe weigert betrokkene haar depotmedicatie waardoor zij onder begeleiding van de politie naar het ziekenhuis moet. De psychiater hoopt dat wanneer betrokkene stabiel en rustiger is er weer sprake kan zijn van een vrijwillig kader.
4.3.
De advocaat bepleit primair afwijzing van het verzoek. Betrokkene is het niet eens met de gestelde diagnose. Het lijkt erop dat gedrag dat, gelet op haar afkomst, door de GGZ onterecht als ‘ziek’, passend bij een psychiatrisch ziektebeeld, wordt geïnterpreteerd. Daarnaast is er volgens de advocaat sprake van mager onderbouwd ernstig nadeel. Betrokkene geeft aan dat zij vrijwillig contact wil hebben met de zorg. Subsidiair verzoekt de advocaat toewijzing van het verzoek maar dan voor een zeer beperkte duur met de opdracht aan het zorgteam om betrokkene voor een eventueel volgend verzoek te laten onderzoeken door een arts met een bredere culturele achtergrond.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Het feit dat betrokkene aangeeft zich niet in deze beschrijving te herkennen maakt dit niet anders. Ook het door raadsvrouw aangevoerde standpunt dat in de stukken te weinig aandacht is voor de culturele achtergrond van betrokkene en wellicht daardoor onterecht gesproken wordt van een psychiatrische stoornis leidt niet tot een ander standpunt van de rechtbank. De huidige medische verklaring en het zorgplan zijn met de wettelijk vereiste zorgvuldigheid vastgesteld op basis van dossierkennis en huidige observaties in (behandel)contacten met betrokkene. Hierin zijn geen aanwijzingen te vinden dat onvoldoende rekening is gehouden met culturele achtergrond van betrokkene. Het lijkt de rechtbank sowieso raadzaam om, mocht er sprake zijn van een nieuwe aanvraag, mevrouw te laten onderzoeken door een psychiater die meer expertise heeft ten aanzien van mensen met een Afrikaanse achtergrond. Niet alleen kan hij/zij een bijdrage leveren in het diagnosticeren van betrokkene, maar ook wellicht adviezen geven in de benadering en/of behandeling van betrokkene.
5.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: ernstige verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene erg achterdochtig is en het idee heeft dat iedereen tegen haar is. Buurtbewoners ervaren geluidsoverlast van betrokkene doordat zij schreeuwt tegen de stemmen die ze hoort. In het verleden heeft dit ervoor gezorgd dat betrokkene uit haar woning dreigde te worden gezet. Daarnaast is er sprake van zelfverwaarlozing en verwaarlozing van de woonomgeving.
5.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
5.5.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene wil stoppen met het depot en geen anti-psychotische medicatie gebruiken. Betrokkene heeft geen vertrouwen in de GGZ. Daarom is verplichte zorg nodig.
5.6.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
  • opnemen in een accommodatie.
5.7.
De rechtbank merkt hierbij op dat de verplichte vorm van zorg ‘opnemen in een accommodatie op basis van artikel 6:4 lid 2 Wvggz Pro ambtshalve wordt opgenomen omdat tijdens de behandeling ter zitting is gebleken dat toepassing van deze vorm van zorg voorzienbaar is.
5.8.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
5.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een zorgmachtiging voor
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 2 maart 2027;
6.3.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 16 maart 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.